Overlijden van een zelfstandige

Als weduwe of weduwnaar van een zelfstandige of helper kan je aanspraak maken op een overlevingspensioen.

Voorwaarden

  • Je was minstens een jaar gehuwd met de overledene.
  • Of je was minder dan een jaar gehuwd met de overledene, maar hebt eerder wettelijk samengewoond waarbij de gezamenlijke en onafgebroken duur van het huwelijk en van de wettelijke samenwoning minstens één jaar bedraagt (tenzij er een kind ten laste is, in geval van een ongeval en in een aantal andere gevallen).
  • Je hebt de minimumleeftijd bereikt (die afhankelijk is van het moment van het overlijden). Die bedraagt 48 jaar bij een overlijden in 2021 . Die minimumleeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd en zal 55 jaar zijn bij een overlijden vanaf 1 januari 2030.

Voldoe je niet aan de leeftijdsvoorwaarde voor het overlevingspensioen? Dan kan je misschien aanspraak maken op de overgangsuitkering gedurende 12 (24 maanden als er kinderen ten laste zijn).

Bedrag?

Hoeveel je overlevingspensioen precies bedraagt, hangt af van de beroepsloopbaan en beroepsinkomsten van je overleden echtgeno(o)t(e).  Er bestaat ook een minimum overlevingspensioen.

Let op: Als je hertrouwt, wordt je overlevingspensioen niet meer betaald.

Aanvraag

Na het overlijden van je echtgeno(o)t(e) kan je een overlevingspensioen aanvragen. In een paar gevallen moet je geen aanvraag indienen en wordt je recht op een overlevingspensioen automatisch onderzocht.

Meer informatie?

Meer informatie over het overlevingspensioen en de overgangsuitkering vind je op de website van het RSVZ.