Op pensioen na een beroepsziekte

Pensioen en beroepsziekte

Zodra je met pensioen gaat, wordt je vergoeding voor een blijvende arbeidsongeschiktheid van het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris) begrensd.

Je hebt in de privésector gewerkt

Vanaf de eerste dag van de maand waarin je een rust- of overlevingspensioen krijgt, wordt je vergoeding voor een beroepsziekte begrensd. Een gepensioneerde krijgt dan enkel nog maandelijks een forfaitair bedrag per percentage arbeidsongeschiktheid.

  • Als het percentage arbeidsongeschiktheid tussen 1 en 9 is, dan is het forfaitaire bedrag € 7,0210 x % arbeidsongeschiktheid.
  • Als het percentage arbeidsongeschiktheid tussen 10 en 35 is, dan is het forfaitaire bedrag € 10,2265 x % arbeidsongeschiktheid.
  • Als het percentage arbeidsongeschiktheid tussen 36 en 65 is, dan is het forfaitaire bedrag € 13,6248 x % arbeidsongeschiktheid.
  • Als het percentage arbeidsongeschiktheid tussen 66 en 100 is, dan is het forfaitaire bedrag € 17,2935 x % arbeidsongeschiktheid.

Bijvoorbeeld:
Als je 40% arbeidsongeschikt bent, krijgt je een maandelijkse vergoeding van € 13,6248 x 40 = € 544,99.

Je bent een ex-mijnwerker

Ex-mijnwerkers die door hun beroepsziekte niet meer konden werken of een nieuwe baan 'aan de oppervlakte' moeten zoeken, hebben altijd recht op het forfaitair bedrag uit de hoogste categorie (d.w.z. een arbeidsongeschiktheid tussen 66 en 100%), zelfs al is de arbeidsongeschiktheid lager dan 66%.

Je bent ex-werknemer van een gemeentelijk of provinciaal bestuur

Personeelsleden bij provincies of gemeenten kunnen hun vergoeding beroepsziekten behouden, maar het totaal van deze vergoeding in combinatie met het hun pensioen in overheidsdienst mag nooit meer bedragen dan hun laatste salaris.