DEEL 5: TEWERKSTELLINGSMAATREGELEN EN BIJDRAGEVERMINDERINGEN
TITEL 3: ANDERE VERMINDERINGEN VAN PATRONALE SOCIALEZEKERHEIDSBIJDRAGEN
HOOFDSTUK 2: TEWERKSTELLING OP GROND VAN ARTIKEL 60, §7 VAN DE OCMW-WET

5.3.201 A. ALGEMEENHEDEN
5.3.202 B. BETROKKEN WERKGEVERS
5.3.203 C. BETROKKEN WERKNEMERS
5.3.204 D. VRIJSTELLING VAN SOCIALEZEKERHEIDSBIJDRAGEN
5.3.205 E. BESTEDING VAN DE VRIJGEKOMEN BEDRAGEN
5.3.206 F. DE DERDEN-GEBRUIKERS
5.3.207 G. TOEKENNINGSVOORWAARDEN
5.3.208 H. CONTROLE

A. ALGEMEENHEDEN

5.3.201

Op grond van artikel 33 van de wet van 22-12-1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor de werkgelegenheid genieten de OCMW’s, die in toepassing van artikel 60, §7 van de organieke OCMW-wet van 8-7-1976 gerechtigden op een leefloon en/of gerechtigden op financiële maatschappelijke dienstverlening tewerkstellen onder arbeidsovereenkomst, een volledige vrijstelling van de werkgeversbijdragen van sociale zekerheid voor deze werknemers.

De door deze vrijstelling vrijgekomen financiële middelen dienen, in toepassing van het koninklijk besluit van 2-4-1998 tot uitvoering van artikel 33 van voornoemde wet van 22-12-1995, door de OCMW’s aangewend te worden voor het voeren van een tewerkstellingsbeleid en voor het organiseren van begeleiding en vorming die openstaan voor artikel-60’ers. Top


B. BETROKKEN WERKGEVERS

5.3.202

Enkel de OCMW’s vallen onder de toepassing van deze maatregel. Top

C. BETROKKEN WERKNEMERS

5.3.203

Het OCMW kan van de vrijstelling van de werkgeversbijdragen genieten voor volgende personen die het in het kader van artikel 60, §7 van de OCMW-wet aanwerft:

Zijn uitgesloten:
Top

D. VRIJSTELLING VAN SOCIALEZEKERHEIDSBIJDRAGEN

5.3.204

Voor de betrokken werknemers zijn geen werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid verschuldigd.

De bijdrage voor de vakbondspremie blijft echter verschuldigd voor de op 30 juni van het referentiejaar tewerkgestelde werknemers. Top


E. BESTEDING VAN DE VRIJGEKOMEN BEDRAGEN

5.3.205

De bijkomende financiële middelen voortvloeiend uit de vrijstelling van de werkgeversbijdragen dienen volledig besteed te worden aan het tewerkstellingsbeleid van het OCMW, de sociaal-professionele vorming inbegrepen, op de volgende manier:


- de OCMW’s die op 1 januari van het voorlaatste jaar als werkgever minder dan 10 personen tewerkstelden in het kader van artikel 60, §7 van voormelde wet moeten alle door de vrijstelling van de werkgeversbijdragen vrijgekomen financiële middelen besteden aan het realiseren van betrekkingen door middel van gelijk welke tewerkstellingsformule en/of aanvullende vorming in verband met tewerkstelling, die toegankelijk zijn voor gerechtigden op een leefloon of op financiële maatschappelijke dienstverlening.
- de OCMW’s die op 1 januari van het voorlaatste jaar als werkgever ten minste 10 personen tewerkstelden in het kader van artikel 60 §7, moeten de door de vrijstelling van werkgeversbijdragen vrijgekomen financiële middelen verplicht in onderstaande volgorde aanwenden:

1. bij voorrang:

2. saldo van de financiële middelen volledig besteden aan het realiseren van betrekkingen door middel van gelijk welke tewerkstellingsformule en/of aanvullende vorming in verband met tewerkstelling die toegankelijk zijn voor gerechtigden op een leefloon of op financiële maatschappelijke dienstverlening.

Top


F. DE DERDEN-GEBRUIKERS

5.3.206

De OCMW’s die gerechtigden op een leefloon of op financiële maatschappelijke dienstverlening met een arbeidsovereenkomst in dienst hebben genomen in het kader van artikel 60, §7 kunnen deze ter beschikking stellen van de volgende derden-gebruikers:


De voorwaarden en de duur van de terbeschikkingstelling moeten schriftelijk worden vastgesteld en ondertekend door het OCMW, de gebruiker en de werknemer. Het document moet opgemaakt zijn vóór het begin van de terbeschikkingstelling en ter kennisgeving worden voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

Het OCMW blijft altijd de werkgever van de werknemer die ter beschikking van een derde- gebruiker gesteld werd.
Top


G. TOEKENNINGSVOORWAARDEN

5.3.207

Om te kunnen genieten van de vrijstelling van de werkgeversbijdragen moet het OCMW:


Het OCMW moet tevens een maatschappelijk werker aanduiden die belast is met de begeleiding van de tewerkgestelde personen bij hun arbeidsprestaties in het kader van artikel 60, §7.
Top


H. CONTROLE

5.3.208

De inspectiedienst van de Bestuursdirectie van het Maatschappelijk Welzijn van de FOD Sociale Zekerheid houdt toezicht op de aanwending van de vrijgekomen bijkomende financiële middelen. Top