1. Algemeen.
Bij gebrek aan betaling binnen de vastgestelde termijnen, kan de RSZPPO bij de DEXIA-bank, de FORTIS-bank, het Bestuur der Postchecks (PC) en de Nationale Bank van België (BNB), achtereenvolgens in de voornoemde orde, het geheel of een deel van het opeisbaar bedrag van zijn schuldvordering ambtshalve afnemen.
Alvorens tot de ambtshalve afname over te gaan, maant de RSZPPO het bestuur aan, per aangetekende brief om:
- hetzij uiterlijk de 10e dag na de ontvangst van de aanmaning zijn schuld te voldoen met als valutadatum de vervaldatum van de opeisbare schuldvordering.
- hetzij zijn bezwaar in verband met de gegrondheid van de vordering binnen dezelfde termijn mede te delen. Het bezwaar moet bij aangetekende brief ingediend worden bij de administrateur-generaal van de RSZPPO. Binnen de 60 dagen na ontvangst van deze brief, beslist het Beheerscomité over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het bezwaar.
Indien het bestuur niet voldoet aan één van voormelde voorwaarden, wordt de ambtshalve afhouding verricht zonder formaliteiten en op eenvoudig verzoek van de administrateur-generaal van de RSZPPO, van zijn adjunct of de persoon die hij aanduidt. De valutadatum is de datum van de vordering van de opeisbare schuld.
2. Geval waarvoor de RSZPPO afziet van de ambtshalve invordering van de verschuldigde bijdragen.
De RSZPPO kan, binnen de grenzen van een reglement, dat uitgewerkt is door het Beheerscomité en bekrachtigd werd door de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Sociale Zaken, afzien van de ambtshalve afname.
De RSZPPO mag, onder de voorwaarden bepaald door zijn Beheerscomité en goedgekeurd door de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Sociale Zaken, volledig of gedeeltelijk afzien van de toepassing van de bijdrageopslagen en/of de verwijlinteresten bedoeld bij punt 5.2 wanneer:
- de socialezekerheidsbijdragen werden betaald vóór het einde van het kwartaal volgend op dat waarop zij betrekking hebben, of voor wat de inhouding van 3,55% en de solidariteitsinhouding op de pensioenen betreft, indien zij betaald werden vóór het einde van de tweede maand volgend op deze waarop zij betrekking hebben en:
- de betalingen door het bestuur gewoonlijk binnen de vastgestelde termijn werden verricht
- het niet-betalen binnen de vastgestelde termijnen de regelmatige financiering van zowel de socialezekerheidsregeling als van de kinderbijslag niet heeft geschaad.
- het bestuur aantoont dat het onmogelijk was zijn verplichtingen na te komen binnen de gestelde termijnen wegens behoorlijk bewezen overmacht.
- het bestuur het bewijs levert dat de niet-betaling van de bijdragen binnen de reglementaire termijnen aan uitzonderlijke omstandigheden is toe te schrijven. De RSZPPO kan het bedrag van de bijdrageopslagen met ten hoogste 50% en het bedrag van de verschuldigde verwijlinteresten met ten hoogste 25% verminderen voor zover het bestuur de voorafgaande betaling van al zijn socialezekerheidsbijdragen uitgevoerd heeft. De vermindering van 50% kan gebracht worden op 100%, wanneer het Beheerscomité van de RSZPPO bij een met éénparigheid van stemmen getroffen gemotiveerde beslissing, aanvaardt dat zulke vermindering wegens dwingende billijkheidsredenen, bij wijze van uitzondering, verantwoord is.