Ingevolge het verschijnen in het Belgisch staatsblad van 21 juni 2001 van het koninklijk besluit van 16 mei 2001 houdende vrijstellingen van bepaalde werkgevers- en werknemersbijdragen voor werknemers van de sleepvaartsector alsook het ministerieel besluit van 16 mei 2001 genomen in uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 mei 2001 houdende vrijstellingen van bepaalde werkgevers- en werknemersbijdragen voor werknemers van de sleepvaartsector, worden de praktische toepassingsmodaliteiten, zoals omschreven in de onderrichtingen ten behoeve van de erkende sociale secretariaten nr. 1347 voor het 4de kwartaal 2000 bevestigd voor de sleepvaartsector met ingang vanaf 1 januari 2000. Voor de baggersector dient men, in uitvoering van het koninklijk besluit van 16 mei 2001 houdende vrijstelling van bepaalde werknemersbijdragen ten behoeve van de ondernemingen behorende tot de baggersector en het ministerieel besluit genomen in uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 mei 2001 houdende vrijstelling van bepaalde werknemers-bijdragen ten behoeve van de ondernemingen behorende tot de baggersector, aan de onderrichtingen ten behoeve van de erkende sociale secretariaten nr. 1347 voor het 4de kwartaal 2000 de verplichting voor de werkgever toe te voegen aan de R.S.Z. het bewijs te leveren dat het arbeidsvolume aan boord van een schip met een zeebrief minstens gelijk is aan dat van het overeenstemmend kwartaal van 1999.
2.18.02 Praktische modaliteiten
Concreet dient de werkgever voor elk kwartaal waarvoor hij de vermindering vraagt en ook voor de overeenstemmende kwartalen van 1999 aan de RSZ het volgende mee te delen per schip met een zeebrief :