DEEL 6: RICHTLIJNEN OM DE MULTIFUNCTIONELE AANGIFTE VOOR DE PROVINCIALE EN PLAATSELIJKE BESTUREN (DMFAPPL) IN TE VULLEN
TITEL 5: DE AANGIFTE VAN DE LOONGEGEVENS
HOOFDSTUK 3: BEZOLDIGINGSCODE

6.5.302 A. HET BASISLOON
6.5.303 B. HET AANGEPAST LOON BIJ ZIEKTE OF ONGEVAL
6.5.304 C. DE VERGOEDINGEN VOOR BEROEPSZIEKTEN VAN DE PUBLIEKE SECTOR
6.5.305 D. DE VERGOEDINGEN BIJ BEEINDIGING VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMST
6.5.306 E. DE BIJKOMENDE VERGOEDINGEN
6.5.307 F. DE VERGOEDINGEN WAAROP EEN BIJZONDERE BIJDRAGE VERSCHULDIGD IS
6.5.308 G. VAKANTIEGELD
6.5.309 H. OVERZICHTSTABEL
6.5.310 I. DE PENSIOENBIJDRAGEN OP HET LOON VAN DE VASTBENOEMDEN

6.5.301

De bezoldigingscode specifieert om welk soort voordeel het gaat. De RSZPPO handhaaft het principe dat er voor elke looncomponent een specifieke loon- of bezoldigingscode bestaat, maar u dient er wel op te letten dat de loongegevens per bezoldigingscode geglobaliseerd worden op het niveau van de tewerkstellingslijn.

Voor de belangrijkste bezoldigingscodes vindt u hieronder een uiteenzetting. De volledige en gedetailleerde bespreking van het loonbegrip waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn en van het loonbegrip waarop pensioenbijdragen voor de vastbenoemden verschuldigd zijn, vindt u in “Deel Vier. Titel Een. Het loonbegrip”. Top


A. HET BASISLOON

6.5.302

Het normaal loon wordt aangegeven met de bezoldigingscode 101. Op het normaal loon of het basisloon zonder wettelijke of buitenwettelijke premies en vergoedingen zijn socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. Het omvat:
Wat betreft het gewaarborgd loon is het belangrijk te noteren dat, bij herval na een werkhervatting in geval van een ziekte of ongeval van gemeen recht, er slechts opnieuw gewaarborgd loon verschuldigd is indien de tewerkstelling na de werkhervatting ten minste veertien dagen duurt. Bij een arbeidsongeval en bij beroepsziekte daarentegen is er bij herval na een werkhervatting steeds opnieuw gewaarborgd loon verschuldigd.
Top


B. HET AANGEPAST LOON BIJ ZIEKTE OF ONGEVAL

6.5.303

Het aangepast loon bij ziekte en ongeval is niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen.

Met de bezoldigingscode 212 wordt de vergoeding voor ziekte en ongeval aangegeven voor de periode van zeven dagen volgend op het gewaarborgd weekloon. Het betreft de vergoeding overeenstemmend met 60 % van het gedeelte van het normaal loon dat de loongrens die in aanmerking komt voor de berekening van de uitkering van ziekte- en invaliditeitsberekening, niet overschrijdt. De bezoldigingscode 212 wordt gebruikt voor alle contractuele handarbeiders en voor de contractuele hoofdarbeiders die aangeworven zijn op proef of voor een periode van minder dan 3 maanden.

Met de bezoldigingscode 213 wordt de aanvulling voor de tweede, derde of vierde week arbeidsongeschiktheid aangegeven.

Met de looncode 215 worden alle andere aanvullingen voor ziekte of ongeval aangegeven. Een werkgever die valt onder de arbeidsongevallenregeling van de privé-sector en, bij wijze van voorschot op de uitkeringen van de arbeidsongevallenverzekeraar, een bedrag uitkeert aan een werknemer die getroffen wordt door een arbeidsongeval, moet dit aangeven met de code 215.

Top


C. DE VERGOEDINGEN VOOR BEROEPSZIEKTEN VAN DE PUBLIEKE SECTOR

6.5.304

De looncode 140 wordt – zowel voor de contractuelen als voor de vastbenoemden - gebruikt voor de vergoeding tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid wegens een erkende beroepsziekte. De volledige vergoeding (90 % van het loon) moet met deze code aangegeven worden, en is alleen onderworpen aan persoonlijke socialezekerheidsbijdragen.


Top


D. DE VERGOEDINGEN BIJ BEEINDIGING VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMST

6.5.305

De vergoedingen die aan de werknemer betaald worden in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, worden aangegeven met de codes 130 en 131.

Met de bezoldigingscode 130 worden de vergoedingen aangeduid die uitgedrukt worden in arbeidstijd. Het gaat uitsluitend om de vergoedingen, die toegekend worden aan contractuele personeelsleden en waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn ingevolge artikel 19, § 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1969:

· vergoedingen wegens onrechtmatige eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever
· vergoedingen betaald aan de werknemer in het geval dat in gemeenschappelijk akkoord tussen de werkgever en de werknemer een einde wordt gesteld aan de dienstbetrekking
· vergoedingen wegens niet herplaatsing, betaald aan de afgevaardigden of kandidaten bij comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen of aan syndicale afgevaardigden.

Het gaat hier dus niet om het loon voor de opzeggingsperiode, maar om de vergoedingen die de werkgever moet betalen omdat er geen of een te korte opzeg gerespecteerd is.

Het is uitsluitend voor de met de looncode 130 te vermelden loongegevens dat de begin- en einddatum van de erdoor gedekte periode moeten worden vermeld (zie verder). Voor de toepassing van de sociale zekerheid worden deze vergoedingen immers geacht een periode te dekken die aanvangt de dag na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Met de bezoldigingscode 131 worden de vergoedingen aangegeven die NIET uitgedrukt worden in arbeidstijd. Het gaat hier om bedragen:

· betaald naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld afscheidspremies)
· waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn
· die niet door de bezoldigingscode 130 beoogd worden.

De berekeningswijze speelt daarbij geen rol. Dit betekent dat ook afscheidspremies berekend in de vorm van een loon voor een aantal maanden onder deze code vallen. Top


E. DE BIJKOMENDE VERGOEDINGEN

6.5.306

Voor elke bijkomende vergoeding bestaat er in principe één looncode. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bijkomende vergoedingen van algemene aard en bijkomende vergoedingen die specifiek zijn voor bepaalde personeelscategorieën.

De premies, toelagen en bijkomende vergoedingen van algemene aard kunnen worden toegekend aan alle personeelsleden. Zij worden aangegeven met de looncodes 401 tot 499 en met de looncodes 801 tot 899.

De premies, toelagen en bijkomende vergoedingen specifiek voor bepaalde personeelscategorieën worden aangegeven met de looncodes 501 tot 599 en met de bezoldigingscodes 901 tot 999. Deze looncodes dienen gebruikt te worden voor premies, toelagen en vergoedingen die enkel toegekend worden aan specifieke personeelscategorieën (brandweerpersoneel, politiepersoneel, personeel van de onderwijsinstellingen, verplegend personeel…). Voor deze specifieke personeelscategorieën moet ook de zone “statuut” (zie 6.4.310) vermeld worden.

De bijkomende vergoedingen die onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, moeten steeds aangegeven worden met de bezoldigingscodes 801 tot 999.

De bijkomende vergoedingen die vrijgesteld zijn van socialezekerheidsbijdragen, dienen steeds aangegeven te worden met de bezoldigingscodes 401 tot 599.

Voor de vastbenoemde personeelsleden blijf het onderscheid tussen de codes voor bijkomende vergoedingen naargelang ze wel of niet voldoen aan artikel 30, § 2, 4° van het KB van 28.11.1969, behouden. De bijkomende vergoedingen die niet voldoen aan artikel 30 en derhalve onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, moeten zoals de vergoedingen van de contractuele personeelsleden met de looncodes 801 tot 999 aangegeven worden.

Elke looncode heeft een éénduidige betekenis in functie van de al of niet onderwerping aan socialezekerheidsbijdragen. Het nummer van de looncode bevat geen aanduiding over het al of niet verschuldigd zijn van pensioenbijdragen op de vergoeding.

DE BIJKOMENDE VERGOEDINGEN VAN ALGEMENE AARD

De premies, toelagen en bijkomende vergoedingen van algemene aard worden aangegeven met de looncodes 401 tot 499 en de looncodes 801 tot 899.

De voordelen in natura of in de vorm van cheques moeten in de DMFAPPL aangegeven worden met de looncodes 804 of 806 indien de voordelen onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen. Indien zij vrijgesteld zijn van bijdragen, dient de looncode 404 of 406 gebruikt te worden.

De looncodes 404 en 804 worden gebruikt indien de voordelen toegekend worden in functie van het aantal effectief gewerkte dagen in het aangiftekwartaal. De looncodes 406 en 806 worden gebruikt indien de voordelen worden toegekend onafhankelijk van het aantal gewerkte dagen in het kwartaal.

De voordelen in natura (woonst, verlichting, verwarming…) van conciërges die naast hun voordeel in natura ook een wedde ontvangen, worden met de looncode 404 of 804 aangegeven.

Indien de conciërge een vastbenoemde is en voor een nevenfunctie als conciërge in het verlengde van de hoofdfunctie (bijv. badmeester die conciërge is van het stedelijk zwembad) een voordeel in natura ontvangt, moet de code 401 of de code 801 (loon overuren) gebruikt worden.

De andere toelagen en premies worden met de looncodes 433, 434, 833 en 834 aangegeven.

Indien de andere toelagen, premies of vergoedingen toegekend worden onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het aangiftekwartaal, moeten de looncode 433 (vrijgesteld) en de looncode 833 (onderworpen) gebruikt worden.

Indien de vergoedingen rechtstreeks verband houden met de tijdens het kwartaal geleverde prestaties, moeten de looncode 434 (vrijgesteld) en de looncode 834 (onderworpen) gebruikt worden.

Met de codes 433, 434, 833 en 834 worden de volgende toelagen of vergoedingen aangegeven:

§ vergoedingen voor lasten die niet kunnen beschouwd worden als normaal en onafscheidelijk met het ambt verbonden.
§ weddensupplementen voor de vastbenoemde conciërges die geen baremieke wedde ontvangen en betaald worden met voordelen in natura.
§ aanvullingen op het wettelijk dubbel vakantiegeld.
§ terugbetaling van kosten boven de werkelijk gemaakte kosten.
§ het werkgeversaandeel in maaltijdcheques die niet aan de uitsluitingsvoorwaarden voldoen.
§ geschenken en geschenkcheques die niet aan de uitsluitingsvoorwaarden voldoen.
§ gratificaties, vergoedingen en premies van alle aard
§ voordelen van alle aard.
§ inhaalbonificatie, sectorieel supplement of gelijkaardige jaarlijkse premie.
§ vergoeding voor de voorbereiding van de organisatie van en het toezicht op de verkiezingen.
§ vergoeding voor gevaarlijk, ongezond werk.
§ vergoeding voor onregelmatig of onverwacht werk.
§ produktiviteitspremie.
§ 74,37 EUR per jaar toegekend aan het personeel tewerkgesteld in de erkende diensten van gezins- en bejaardenhulp.
§ herstructureringspremie voor het verzorgend en verplegend en paramedisch personeel (29,35 EUR/maand)
§ andere specifieke vergoedingen voor verplegend en verzorgend personeel.
§ andere specifieke vergoedingen voor geneesheren.

De kosten eigen aan de werkgever worden aangegeven met de looncode 441. De kosten hebben betrekking op zowel de terugbetaling door de werkgever van werkkledij, uitrusting en vervoer of als het ter beschikking stellen van werkkledij, uitrusting of vervoer, en zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. Met de bezoldigingscode 441 worden alle vergoedingen voor kledij, huisvesting, reis- en verblijfskosten aangegeven.

De haard- en standplaatstoelage van de contractuele werknemers is onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en moet aangegeven worden met de looncode 821. Voor de vastbenoemde werknemers is de toelage vrijgesteld van bijdragen en dient de looncode 421 gebruikt te worden.

De vergoedingen voor nacht-, zaterdag- en zondagprestaties, toegekend aan andere personeelsleden dan het verplegend en verzorgend personeel of het politiepersoneel nieuw statuut, wordt aangegeven met de looncodes 435 (vrijgesteld) en 835 (onderworpen). Met deze codes wordt ook de vergoeding voor nacht-, zaterdag- en zondagtoelagen toegekend aan andere personeelsleden dan deze van de openbare brandweerdiensten en van de gemeentepolitie (omzendbrief B.A. 94/09 van 13.07.1994 van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) aangegeven.

De weddensupplementen en premies die toegekend worden in het kader van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, dienen met de looncodes 452 (vrijgesteld) en 851 (onderworpen) aangegeven te worden. U vermeldt de bedragen die worden toegekend aan werknemers die hun arbeidsprestaties beperken met overeenkomstig loonverlies. De toegekende bedragen hebben tot doel het loonverlies t.o.v. de vroegere prestaties gedeeltelijk te compenseren.

DE BIJKOMENDE VERGOEDINGEN SPECIFIEK VOOR BEPAALDE PERSONEELS-CATEGORIEEN

De bijkomende vergoedingen worden aangegeven met de looncodes 501 tot 599 indien ze vrijgesteld zijn, en met de looncodes 901 tot 999 indien ze onderworpen zijn.

Voor het verplegend en verzorgend personeel en paramedisch personeel moeten de weddensupplementen voor buitengewone prestaties zoals bepaald in de omzendbrief van het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin van 3.11.1972 aangegeven worden met de looncode 510 (vrijgesteld) of de looncode 910 (onderworpen). Onder buitengewone prestaties wordt verstaan: 1) nachtdienst; 2) werk op zon- en feestdagen; 3) wisselende uren of onderbroken diensten.

Voor de geneesheren worden met de looncode 921 zowel het barema, de gewaarborgde wedde, het gewaarborgd aandeel in de pool als de honoraria aangegeven. Het variabel aandeel in de pool moet aangegeven worden met de looncode 924.

Voor de vrijwillige brandweer worden de vergoedingen voor (regelmatige) prestaties die in aanmerking komen om te bepalen of de grens van 785,95 EUR bereikt werd, in de DMFAPPL aangegeven met de looncode 542 indien het grensbedrag niet overschreden is. Indien de vergoedingen het grensbedrag overschrijden, moet de looncode 942 gebruikt worden. Uw bestuur moet dus zelf bepalen of het grensbedrag inzake regelmatige prestaties overschreden is. Het vakantiegeld voor de vrijwillige brandweer moet aangegeven worden met de looncodes 312, 314, 349 en 350.

Voor het politiepersoneel (oud statuut) en de openbare brandweer worden de looncodes 558 of 958 gebruikt voor het weddensupplement toegekend aan adjunct-politiecommissarissen die een wachtdienst verrichten in het kader van een permanentie van 22 uur tot 6 uur, op zondagen en op feestdagen. Indien er op het weddensupplement socialezekerheids- en pensioenbijdragen verschuldigd zijn, moet men de looncode 958 gebruiken. Indien er enkel pensioenbijdragen afgehouden worden, moet de looncode 558 gehanteerd worden.

Voor het politiepersoneel dat koos voor het nieuw statuut, moeten de looncodes 570, 961, 962, 970, 973, 974 en 975 gebruikt worden.

De “diverse toelagen en vergoedingen die onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen”, worden aangegeven met de looncode 970, en omvatten:

§ de toelage voor bereikbaar en terugroepbaar personeel.
§ de toelage voor een ononderbroken dienst van meer dan 24 uur.
§ de functietoelage.
§ de toelage voor de opleider.
§ de forfaitaire toelage voor bepaalde personeelsleden, die belast zijn met de uitvoering van bepaalde opdrachten in het raam van de uitvoering van het federale integratiebeleid.
§ de toelage voor de mentor.
§ de toelage “Brussels Hoofdstedelijk Gewest”.
§ de toelage voor gelegenheidsluchtvaartprestaties.
§ de toelage voor onderwijsopdrachten.
§ de selectietoelage.
§ de toelage aan de personeelsleden van het operationeel kader, en van het administratief en logistiek kader van de federale politie en van de korpsen van de lokale politie, belast met informaticataken in 2001.

De “diverse toelagen en vergoedingen die NIET onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen”, worden aangegeven met de looncode 570, en omvatten:

§ de vergoeding voor werkelijke onderzoekskosten.
§ de vergoeding voor telefoon.
§ de vergoeding voor onderhoud van politiehond.
§ de vergoeding voor vaste dienst bij shape.
§ de vergoeding voor verplaatsing in het raam van de binnenvaart.
§ de vergoeding voor begrafeniskosten (gemeenschappelijk voor de personeelsleden en ambtenaren van de federale ministeries), evenals de tegemoetkoming van de staat, een gemeente of een meergemeentezone in bepaalde begrafeniskosten.

Bijkomende vergoedingen toegekend onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het aangiftekwartaal

Voor de bijkomende vergoedingen die toegekend worden onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het aangiftekwartaal, en die onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, dienen speciale regels in acht genomen te worden. Het betreft de volgende vergoedingen:

§ eindejaarspremie (looncode 817)
§ voordelen in natura of in de vorm van cheques (looncode 806)
§ andere toelagen en premies zoals anciënniteit- of getrouwheidspremie (looncode 833)
§ aanvullingen van het personeel van de onderwijsinstellingen die geen verband houden met bijkomende prestaties (looncode 906)
§ attractiviteitspremie (looncode 917)
§ weddesupplementen toegekend aan officieren die deelnemen aan de permanentie van politie- en brandweerkorps (looncode 951)
§ jaarlijks weddesupplement voor chef van de brandweerdienst (looncode 957).

Het betreft premies, vergoedingen en toelagen waarvan de berekeningsbasis meer dan één kwartaal bedraagt, of éénmalige premies en vergoedingen die aan een werknemer toegekend worden. Ze worden in het algemeen aangegeven in het kwartaal waarin zij worden uitbetaald.

Indien het gaat om premies betaald met een periodiciteit van zes maanden of meer, én die meer bedragen dan 20% van de andere lonen van de referteperiode, worden ze gelijkmatig verdeeld over de verschillende kwartalen van de referteperiode.

Indien zij worden uitbetaald in een kwartaal dat de werknemer reeds uit dienst was, moeten ze vermeld worden op de aangifte van het laatste kwartaal waarin de werknemer in dienst was.

Voor al de onder deze codes vermelde voordelen moet ook de periodiciteit van de betaling worden vermeld (zie 6.5.401.)

In afwijking van de algemene regel worden deze bedragen slechts getotaliseerd voor zover het gaat om voordelen die met dezelfde periodiciteit worden betaald. Indien in de loop van het kwartaal verschillende premies met een verschillende periodiciteit worden betaald, moet men de bedragen opsplitsen.

Geen enkele instelling die van de in de DMFAPPL vermelde gegevens gebruik maakt, moet dit gegeven per tewerkstellingslijn kennen. Er is dan ook geen bezwaar tegen om, indien er voor de werknemer meerdere tewerkstellingslijnen moeten worden gebruikt, het totale bedrag van dit voordeel voor het ganse kwartaal aan één tewerkstellingslijn te koppelen. Top


F. DE VERGOEDINGEN WAAROP EEN BIJZONDERE BIJDRAGE VERSCHULDIGD IS

6.5.307

Het voordeel betreffende het persoonlijk en individueel gebruik van een voertuig ter beschikking gesteld door de werkgever, wordt berekend volgens de fiscale reglementering terzake, en moet aangegeven worden met de looncode 770.

Op dit voordeel zijn er geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. De bijdrage wordt maandelijks berekend op forfaitaire basis en mag niet minder dan 20,83 EUR bedragen.

Per werknemer stelt u ieder kwartaal het voordeel vast door het aantal afgelegde kilometers voor privé-verbruik en woon-werkverkeer te vermenigvuldigen met het bedrag vermeld in de tabel hieronder (geactualiseerd op 1-1-2006).

Het gegeven wordt door bepaalde instellingen van sociale zekerheid die instaan voor de uitbetaling van sociale voordelen, gebruikt. Geen enkele instelling die van de in de DMFAPPL vermelde gegevens gebruik maakt, moet dit gegeven per tewerkstellingslijn kennen. Er is dan ook geen bezwaar tegen om, indien er voor de werknemer meerdere tewerkstellingslijnen gebruikt moeten worden, het totale bedrag van dit voordeel voor het ganse kwartaal aan één tewerkstellingslijn te koppelen.

De stortingen van de werkgevers voor de vorming van een buitenwettelijk pensioen ten bate van hun personeelsleden of hun rechthebbenden worden aangegeven met de bezoldigingscode 790. Top


G. VAKANTIEGELD

6.5.308

Voor het vakantiegeld worden de bezoldigingscodes 310, 311, 312, 313, 314, 315, 316, 317, 318, 349 en 350 gebruikt.

De code 311 (enkelvoudig vakantiegeld bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval), de codes 313 en 317 (enkelvoudig vakantiegeld uitdiensttreding) en de codes 315 en 318 (enkelvoudig vakantiegeld vorige tewerkstelling) kunnen enkel gebruikt worden voor:

- de contractuele werknemers waarvan de werkgever de vakantieregeling van de privé-sector toepast;
- de gesubsidieerde contractuelen;
- de werknemers, tewerkgesteld in het kader van artikel 60.

De bezoldigingscodes 313 en 315 worden enkel gebruikt voor de tijdelijken in de zin van de wet van 24-7-1987 (zie hoger). Derhalve zal voor de meeste werknemers van de lokale en provinciale besturen voor het enkelvoudig vakantiegeld uitdiensttreding de looncode 317 gebruikt worden en voor het enkelvoudig vakantiegeld vorige tewerkstelling de looncode 318.

De code 316 (dubbel vakantiegeld – politiepersoneel) wordt gebruikt voor het dubbel vakantiegeld en het dubbel vakantiegeld uitdiensttreding van het contractueel en vastbenoemd politiepersoneel. Top


H. OVERZICHTSTABEL

6.5.309

In de overzichtstabel zijn de omschrijvingen van de vergoedingen in verkorte vorm opgenomen. Een volledige lijst van alle looncodes en hun omschrijving die gebruikt kunnen worden in de RSZPPO-aangifte vindt u terug in bijlage 32 van het “glossarium” van de DMFAPPL

Top


I. DE PENSIOENBIJDRAGEN OP HET LOON VAN DE VASTBENOEMDEN

6.5.310

Voor de vastbenoemden komen naast het basisloon een aantal weddensupplementen in aanmerking voor de berekening van het pensioen. Deze loonelementen zijn onderworpen aan pensioenbijdragen (zie § 4.2.301).


De pensioenbijdragen van een vastbenoemde worden berekend op basis van:


Op de volgende looncodes worden er pensioenbijdragen afgehouden:
Top