Indien een werkgever zijn werknemer uitstuurt naar een andere lidstaat om daar voor zijn rekening te gaan werken, blijft de werknemer onderworpen aan de socialezekerheidswetgeving van het land waar hij normaal werkt indien de volgende voorwaarden vervuld zijn:
- de voorziene duur van de tewerkstelling in het andere land is niet langer dan 12 maanden;
- de werkgever ontplooit economische activiteiten van betekenis in het uitsturende land. Let wel, het louter voeren van administratie wordt niet beschouwd als een economische activiteit;
- er blijft een band van ondergeschiktheid bestaan tussen werknemer en werkgever gedurende de ganse detacheringsduur;
- de werknemer was voorafgaand aan het moment van de detachering sociaal verzekerd in het uitsturende land;
- de werknemer wordt niet gestuurd om een werknemer te vervangen die aan het einde van een periode van detachering is gekomen.
Men kan ook een werknemer aanwerven om onmiddellijk te detacheren indien al de bovenvermelde voorwaarden vervuld zijn en de werkgever gevestigd is in het land waar hij de werknemer aanwerft.
Voorafgaand aan de detachering wordt, door de werkgever of de werknemer aan de bevoegde instelling in het uitsturende land, een detacheringsbewijs (formulier E101) aangevraagd. Voor België is de RSZ de bevoegde instelling. Op de portaalsite van de sociale zekerheid (www.sociale-zekerheid.be) kan de werkgever op elektronische wijze de nodige documenten voor detacheringen van werknemers aanvragen. Bijkomende inlichtingen kunt u krijgen bij de Dienst Migrerende Werknemers (tel. 02 509 37 89 Nederlands en 02 509 34 06 Frans).
Indien wegens onvoorziene omstandigheden de duur van de werkzaamheden in het buitenland verlengd wordt en 12 maanden overschrijdt, kan het stelsel van het land van normale tewerkstelling verder worden behouden voor nog eens maximaal 12 maanden, mits de toestemming van de bevoegde instelling van het ontvangende land. Daarvoor vraagt de werkgever, vóór het einde van de eerste periode van 12 maanden, een verlenging van de detachering (formulier E102) aan bij de bevoegde instelling van het uitsturende land, en zendt dit voor akkoord door aan de bevoegde instelling van het ontvangende land. Na afloop van de tweede periode van 12 maanden kan de werknemer normaliter niet meer onderworpen blijven aan de wetgeving van het normale land van tewerkstelling. De Verordening staat evenwel toe dat de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, in het belang van de werknemer(s), bijkomende afwijkingen toestaan. Voor België wordt het verzoek daartoe gericht aan de Dienst Internationale Betrekkingen van de FOD Sociale Zekerheid, Zwarte Lievevrouwstraat 3c te 1000 Brussel, tel. 02 509 27 99 Nederlands en 02 509 27 95 Frans. Op deze manier kan de detacheringsduur principieel op 5 jaar worden gebracht. Aanvragen hiertoe kunnen elektronisch gebeuren via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.sociale-zekerheid.be).
Voor de detachering van werknemers naar één van de landen die vanaf 1 mei 2004 deel uitmaken van de Europese Unie, namelijk Polen, Letland, Estland, Litouwen, Malta, Cyprus (Grieks gedeelte), Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië, gelden bijzondere overgangsmaatregelen. Informatie hierover kunt u krijgen bij de Dienst Migrerende Werknemers (tel. 02 509 37 89 Nederlands en 02 509 34 06 Frans).