Tussentijdse Instructies

Gelegenheidsarbeid in de Horeca voor werknemers tewerkgesteld door een uitzendkantoor
(november 2003)

In de horeca geldt vanaf 1 juli 2003 een specifiek systeem van gelegenheidsarbeid. Het is erop gebaseerd dat de bijdragen niet worden berekend op het werkelijke loon, maar op een forfaitair dagloon van 21,00 EUR. Aangezien deze werknemers niet onder de vakantieregeling vallen, wordt dit dagforfait niet verhoogd met 8%.

Vanaf 1 januari 2004 zal het ook mogelijk zijn voor uitzendkantoren om dit voordelige systeem toe te passen voor de uitzendkrachten die ze tewerkstellen bij een gebruiker die valt onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf.

Het begrip gelegenheidswerknemer

Het betreft de gelegenheidswerknemer of "extra" zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 november 1997 betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister in ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf ressorteren en tot bepaling van de voorwaarden en nadere regelen volgens welke het aanwezigheidsregister moet gewaarmerkt worden. Het gaat dus steeds om werknemers die ten hoogste twee opeenvolgende dagen worden tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst (voor bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk).

Een horeca-onderneming mag op maximaal 45 zelf te bepalen piekdagen per kalenderjaar één of meerdere gelegenheidswerknemers in de horeca onder deze forfaitaire regeling tewerkstellen.

De werknemer zelf kan in totaal maximaal 45 dagen per jaar aldus worden tewerkgesteld, bij één of meerdere horeca-ondernemingen. Een ononderbroken arbeidsprestatie als gelegenheidswerknemer die zich spreidt over twee kalenderdagen, wordt slechts als één arbeidsdag en piekdag beschouwd voor de dag waarop de arbeidsprestatie werd aangevat.

Komt voor een bepaald kwartaal niet in aanmerking voor deze gunstige regeling, de werknemer die in de loop van dat of van het eraan voorafgaande kwartaal, arbeidsprestaties leverde in de horecasector in toepassing van de wet van 27 juni 1969.

Komen echter toch in aanmerking de personen die uitsluitend werden tewerkgesteld:

- als student bedoeld in Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

- als “extra” in de zin van het koninklijk besluit van 13 november 1997 (het is dus mogelijk dat eenzelfde werknemer afwisselend werkt als extra met toepassing van de hier beschreven gunstige voorwaarden en als "gewone extra", d.w.z. met een bijdrageberekening op het werkelijke loon).

Voor de werkgever uit de horecasector geldt dat indien hij nalaat de nodige sociale documenten in te vullen, hij in het kwartaal waarin de nalatigheid werd vastgesteld en de resterende kwartalen van dat kalenderjaar de mogelijkheid verliest gebruik te maken van gelegenheidsarbeiders onder de voorwaarden voorzien in deze nieuwe regeling. Naar analogie hiervan is de RSZ van mening dat indien het gaat om door een uitzendkantoor aan een horecaonderneming ter beschikking gestelde werknemers, het uitzendkantoor deze mogelijkheid verliest indien er nagelaten wordt een correcte DIMONA-aangifte in te dienen.


Bijdrageberekening

De bijdragen voor de gelegenheidswerknemers worden berekend op een forfaitair dagloon dat is vastgesteld op 21,00 EUR, ongeacht het aantal uren dat zij op een dag werken. Daarnaast is de werkgeversbijdrage voor hen lager, omdat noch de bijdrage voor jaarlijkse vakantie noch de loonmatigingsbijdrage verschuldigd is. De bijzondere bijdragen (bv. bijdrage voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, bijdrage voor het Fonds voor Bestaanszekerheid,....) zijn wel verschuldigd.

In de praktijk houdt men bij iedere loonbetaling per arbeidsdag 2,74 EUR (13,07 % van 21,00 EUR) persoonlijke bijdrage in. Deze wordt samen met de werkgeversbijdragen op de normale termijnen aan de RSZ doorgestort.

Voor al de personen die werken op een dag die niet als piekdag in het aanwezigheidsregister is aangeduid, en voor zij die op een piekdag werken maar in het aanwezigheidsregister niet als gelegenheidsarbeider zijn aangeduid, mag men voor die dag(en) de bijdragen in geen geval berekenen op het forfaitaire loon. Voor die dag(en) zijn zij gewone werknemers voor wie de gewone bijdragen verschuldigd zijn (arbeider, bediende of werknemer met fooien betaald).

Na te leven formaliteiten

Gelegenheidswerknemers in de horeca moeten worden aangegeven met het werknemerskengetal 010 (=arbeiders) en 490 (=bedienden). Werknemers die in de loop van het kalenderjaar nog niet de leeftijd van 19 jaar zullen bereiken, worden ondergebracht respectievelijk onder werknemerskengetal 020 en 480.

De code 98 voor het forfaitair dagloon werd voor deze werknemers aangemaakt. Vanaf het eerste kwartaal van 2004 zullen deze codes gebruikt kunnen worden door uitzendkantoren.

Aangezien het gaat om uitzendkrachten moeten voor hen in de kwartaalaangifte dezelfde gegevens meegedeeld worden als voor de "gewone" uitzendkrachten (dagen, uren, maatpersoon, arbeidsregeling, ….).