2.1.401
De werkgever betaalt de bijdragen per kwartaal. Deze bijdragen moeten uiterlijk de laatste dag van de maand die op het kwartaal volgt bij de RSZ toekomen, namelijk:
2.1.402
Bijdragen zijn niet alleen de eigenlijke socialezekerheidsbijdragen, maar ook alle andere bijdragen die de RSZ wettelijk moet innen (bijdragen voor bestaanszekerheid, bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, bijdrage op het dubbel vakantiegeld, enz.). Er wordt evenwel geen rekening gehouden met het gedeelte van de bijdragen die jaarlijks aan de RSZ moeten betaald worden. Het betreft in het bijzonder het bedrag van het debetbericht voor de regeling van de jaarlijkse vakantie van de handarbeiders en het bedrag van de compenserende bijdrage die de werkgever eventueel aan de RSZ verschuldigd is in het raam van de herverdeling der sociale lasten.
2.1.403
2.1.404
Voor hun bedienden volgen zij de algemene regel, zoals hierboven uitgelegd.
2.1.405
De uiterste data voor de betalingen aan de RSZ zijn dus:
2.1.406
Voorbeeld: De bijdragen voor het voorlaatste kwartaal bedroegen 24.789,35 EUR. De werkgever vermoedt dat de bijdragen voor het lopende kwartaal slechts 17.352,55 EUR zullen bedragen. Deze werkgever mag het bedrag van de voorschotten voor het lopende kwartaal verminderen tot 5.205,76 EUR (= 30 % van 17.352,55 EUR).
2.1.407
Voorbeeld: De werkgever was geen bijdragen verschuldigd voor het eerste kwartaal 2000 (kw-2). Voor het tweede kwartaal 2000 (kw-1) beliepen zijn bijdragen 7.436,81 EUR. Hij stelt geen werknemers tewerk in de maand juli 2000, stelt er vier deeltijds tewerk in de maand augustus en zes in de maand september. Hij vermoedt dat de totale bijdrage voor het derde kwartaal 2000 (kw) 2.974,73 EUR zal bedragen. Hij moet geen voorschot betalen op 5 augustus 2000 (geen werknemers in de maand juli). Hij moet evenwel 1.685,68 EUR (4 werknemers x 421,42 EUR) bij de RSZ betalen tegen uiterlijk 5 september 2000 en de resterende 1.289,05 EUR als volgende voorschot tegen uiterlijk 5 oktober 2000. Indien diezelfde werkgever vermoedt dat de bijdragen voor het derde kwartaal 2000 slechts 1.685,68 EUR zullen bedragen, betaalt hij alleen tegen 5 september een voorschot van 1.685,68 EUR en moet hij geen voorschot meer betalen tegen 5 oktober 2000.
2.1.408
Er zal met het naleven van de verplichting inzake het betalen van maandelijkse voorschotten, rekening gehouden worden om te bepalen of een werkgever kan genieten van de bepalingen van het reglement van 22 februari 1974 van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. In dit reglement is vastgelegd in welk geval een werkgever voor een bepaald kwartaal, zonder toepassing van de sancties, over een bijkomende termijn van twee maanden kan beschikken voor de betaling van zijn bijdragen.
2.1.409
2.1.410
Onder de vorm van een debetbericht stuurt de RSZ jaarlijks aan de werkgever een formulier met de berekening van deze bijdrage, op basis van de driemaandelijkse aangiften die de werkgever in de loop van het vorige dienstjaar verrichtte. De werkgever ontvangt het debetbericht in de loop van de maand maart; het bedrag ervan is verschuldigd op 31 maart en moet aan de RSZ betaald zijn uiterlijk op 30 april.
In verband met de wijze van betaling, de identificatie en de toerekening van het bedrag, gelden dezelfde regels als voor de driemaandelijkse bijdragen (zie hierna: toerekening).
2.1.411
De RSZ deelt aan de werkgevers het bedrag mee van het credit- of debetsaldo van de herverdeling, in de loop van het tweede kwartaal van elk jaar.
Het creditsaldo is bestemd voor de aanzuivering van de bijdragen die de werkgever verschuldigd is voor het tweede kwartaal van het lopende jaar.
Het debetsaldo anderzijds is verschuldigd op 30 juni en moet uiterlijk op 31 juli aan de RSZ betaald zijn.
In het deel III van deze onderrichtingen vindt u een meer uitgebreide bespreking van de herverdeling der sociale lasten.
2.1.412
1. Betalingen met gestructureerde mededeling
2.1.413
Indien de werkgever beroep doet op een dienstverlener, dan bezorgt de RSZ ook aan die dienstverlener de gestructureerde mededelingen.
2.1.414
Wanneer een bank of een andere lasthebber de betalingen verricht, moet de werkgever de derde, die namens hem betaalt, uitdrukkelijk verzoeken bij de betaling zijn naam, adres, inschrijvingsnummer, alsook de juiste bestemming van de betaling te vermelden.
2.1.415
Het is dus voor de werkgever heel belangrijk dat hij de bestemming van de betaling vermeldt, d.w.z. de aard van de betaalde som (bijdragen, voorschotten, bijdrageopslag, verwijlintrest, gerechtskosten) en de periode waarop zij betrekking heeft, alsook zijn RSZ-nummer. Voorbeelden: bijdragen voor het .... kwartaal 19..; opslag op de bijdrage van het (de) .... kwarta(a)l(en) 19..; verwijlintresten op bijdragen van het (de) .... kwarta(a)l(en) 19.., enz, gevolgd door het RSZ-nummer. Is de betaling samengesteld uit sommen van verschillende aard, dan moet de werkgever voor ieder bedrag de aard en de periode waarop het betrekking heeft, vermelden.
Wanneer een werkgever achterstallige bijdragen, bijdrageopslagen, intresten of gerechtskosten aan de RSZ verschuldigd is, dan zal de RSZ elke betaling zonder vermelding van aanwending, ambtshalve toerekenen op deze achterstallen. Het niet vermelden van de bestemming van de betaling door de werkgever, kan voor hem dus zeer nadelig zijn.
2.1.416
De maximumtermijnen van het uitstel bedragen in beginsel 4 en in uitzonderlijke gevallen 6 maanden.
De afbetalingsmodaliteiten moeten betrekking hebben op het geheel van de schuld (bijdragen, bijdrageopslagen en intresten) en moeten maandelijkse stortingen vaststellen. Het toegestane uitstel van betaling heeft geen invloed op de eventuele toepassing van burgerlijke sancties, meer bepaald het aanrekenen van bijdrageopslagen en verwijlintresten wegens het overschrijden van de wettelijke vervaldagen.
De aanvraag om uitstel heeft evenmin invloed op het inleiden van gerechtelijke vervolgingen wanneer het uitstel betrekking zou hebben op bijdragen die dreigen te verjaren, of wanneer een jaar verstreken is, hetzij sinds de eisbaarheid van de schulden, hetzij sinds de datum van de aangetekende brief waarmee de verschuldigde bijdragen zijn meegedeeld of ambtshalve vastgesteld.
Bijkomende inlichtingen in verband met het uitstel van betaling, kunt u krijgen bij de Directie Inning.
2.1.417
2.1.418
3. Volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de bijdrageopslagen en verwijlintresten
2.1.419
a) Overmacht
2.1.420
Volgens de rechtsleer en rechtspraak, verstaat de RSZ onder overmacht het overkomen van een gebeurtenis die volledig vreemd is aan de persoon van de schuldenaar en onafhankelijk van zijn wil, redelijkerwijze niet te voorzien en menselijk onoverkomelijk, en die het volstrekt onmogelijk maakt zijn verplichting binnen de opgelegde termijn na te komen. Bovendien mag de schuldenaar zich geen enkele fout te verwijten hebben in de gebeurtenissen, die het overkomen van de vreemde oorzaak voorafgaan, voorbereiden of vergezellen.
2.1.421
De vrijstelling van die bijdrageopslagen kan 100 % bedragen, wanneer de werkgever bewijst dat op het ogenblik dat de bijdragen eisbaar werden, hij een vaste en eisbare schuldvordering bezat ten opzichte van het Rijk, een provincie of een provinciale openbare instelling, een gemeente, een federatie, agglomeratie of vereniging van gemeenten, een gemeentelijke of intercommunale openbare instelling of een instelling van openbaar nut bedoeld bij de Wet van 16 maart 1954 of een maatschappij bedoeld bij artikel 24 van dezelfde wet.
Op voorwaarde dat de werkgever aantoont dat hij het van de overheid ontvangen bedrag aan de RSZ gestort heeft ten belope van de nog verschuldigde bijdragen binnen de maand na de ontvangst van dit geld, geniet hij ook een vermindering van de aangerekende verwijlintresten ten belope van 20 %.
2.1.422