Bijkomende sociale kenmerken
Voor specifieke gevallen zijn nog 'bijkomende sociale kenmerken' nodig. Deze zijn, naargelang het geval, gekoppeld aan de 'sociale signalitiek' of aan de 'periodieke sociale signalitiek'. De bijkomende kenmerken situeren zich momenteel rond 4 thema's:
- de functie van de natuurlijke persoon, gekoppeld aan de sociale signalitiek
- het ontslag, gekoppeld aan de sociale signalitiek
- de progressieve werkhervatting na een periode van arbeidsongeschiktheid, gekoppeld aan de periodieke sociale signalitiek
- de startbaanovereenkomsten, gekoppeld aan de sociale signalitiek.
De begin- en einddatum bepalen de periode gedurende welke de bijkomende sociale kenmerken toepasselijk zijn. De gedekte periode kan de periode van het blok waaraan de 'bijkomende sociale kenmerken' is gekoppeld (sociale signalitiek of periodieke sociale signalitiek), niet overschrijden.
- Functie
Dit gegeven wordt gekoppeld aan de 'sociale signalitiek' en kan meerdere malen worden aangegeven. Minstens één van de zones in het blok moet worden ingevuld:- benaming - benaming van de functie uitgeoefend door de natuurlijke persoon (vrije tekst)
- beroepskwalificatie in sectorale CAO - sectorale beroepskwalificatie aan de werknemer toegekend overeenkomstig de cao's tot vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden of overeenkomstig de bepalingen van de besluiten tot vaststelling van het vaste loon voor de toepassing van de socialezekerheidswetgeving (vrije tekst)
- beroepskwalificatie op ondernemingsniveau - beroepskwalificatie die aan de werknemer is toegekend binnen de onderneming (vrije tekst).
Indien een beroepskwalificatie bepaald in een sectorale cao is toegekend aan een persoon, dan moet de zone ‘beroepskwalificatie in sectorale cao' verplicht worden ingevuld.
- Ontslag
In het geval van een ontslag moeten een aantal bijkomende gegevens worden meegegeven. Dit gegevensblok wordt gelinkt aan het blok 'sociale signalitiek' en kan per blok 'sociale signalitiek' slechts 1 maal worden aangegeven.
- startdatum van de opzeggingstermijn
- het betreft de datum waarop de theoretische opzeggingstermijn aanvangt en moet worden vermeld in elke bericht dat betrekking heeft op een gepresteerde opzeggingstermijn, een verbrekingsvergoeding uitgedrukt in arbeidstijd, een verbrekingsvergoeding niet uitgedrukt in arbeidstijd of een inschakelingsvergoeding
- theoretische opzeggingstermijn
- in maanden of weken of dagen, afhankelijk of de opzeggingstermijn in maanden, weken of dagen is uitgedrukt
- steeds aan te geven in volledige eenheden
- als de opzeggingstermijn wordt uitgedrukt in meerdere eenheden moeten meerdere zones worden ingevuld, bijvoorbeeld aantal maanden en aantal weken indien de opzeggingstermijn is uitgedrukt in een aantal maanden tot een bepaalde datum en daarna in een aantal weken
- Progressieve werkhervatting
- dit wordt gekoppeld aan het blok 'periodieke sociale signalitiek' en kan binnen dit blok slechts 1 maal worden aangegeven
- het aantal uren dat het werk mag hervat worden wordt ingevuld in de zone 'maximaal aantal uren toegestane arbeid per week in het kader van de progressieve werkhervatting'.
- Startbaan
- dit wordt gekoppeld aan het gegevensblok 'sociale signalitiek' en kan per blok meerdere malen worden aangegeven
- Indien er meerdere blokken onder eenzelfde sociale signalitiek worden aangegeven, dan mogen de geldigheidsperiodes van deze blokken m.b.t. de startbaanovereenkomst niet overlappen.
- type startbaanovereenkomst
- 1 = werknemer met startbaanovereenkomst type 1 (gewone arbeidsovereenkomst zonder meer - artikel 27, eerste lid, 1°, van de wet van 24 december 1999)
- 2 = werknemer met startbaanovereenkomst type 2 (combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst - artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet van 24 december 1999)
- 3 = werknemer met startbaanovereenkomst type 3 (leer-, stage- of inschakelingsovereenkomst - artikel 27, eerste lid, 3°, van de wet van 24 december 1999)
- 4 = werknemer met handicap met startbaanovereenkomst type 1 (gewone arbeidsovereenkomst zonder meer - artikel 27, eerste lid, 1°, van de wet van 24 december 1999)
- 5 = werknemer met handicap met startbaanovereenkomst type 2 (combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst - artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet van 24 december 1999)
- 6 = werknemer met handicap met startbaanovereenkomst type 3 (leer-, stage- of inschakelingsovereenkomst - artikel 27, eerste lid, 3°, van de wet van 24 december 1999)
- 7 = werknemer van buitenlandse afkomst met startbaanovereenkomst type 1 (gewone arbeidsovereenkomst zonder meer - artikel 27, eerste lid, 1°, van de wet van 24 december 1999)
- 8 = werknemer van buitenlandse afkomst met startbaanovereenkomst type 2 (combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst - artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet van 24 december 1999)
- 9 = werknemer van buitenlandse afkomst met startbaanovereenkomst type 3 (leer-, stage- of inschakelingsovereenkomst - artikel 27, eerste lid,3°, van de wet van 24 december 1999)
- percentage van het loon besteed aan opleiding
- een werkgever mag maximaal 10% van het loon van een jongere met startbaanovereenkomst besteden aan opleiding; dit gedeelte van loon besteed aan opleiding is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, maar creëert sociale rechten voor de jongere in kwestie
- in de DmfA komt het gedeelte van dat loon dat besteed wordt aan opleiding overeen met looncode 42.