Het portaal van de sociale zekerheid gebruikt cookies om de site gebruiksvriendelijker te maken.

Meer weten × Doorgaan

Naar de inhoud van deze pagina

Inleiding en prestatiekenmerken

Begin- en einddatum

Prestaties en afwezigheden kunnen worden aangegeven per dag, per periode of beide. In de gestructureerde bijlage van het glossarium wordt aangeduid welke codes kunnen worden aangegeven op dagbasis en welke codes kunnen worden aangegeven op periodebasis.

  • Als de prestatie wordt aangegeven op dagbasis, dan wordt enkel de datum waarop de prestatie heeft plaatsgevonden meegegeven.
  • Als de prestatie wordt aangegeven op periodebasis, dan wordt de begindatum van prestatie of afwezigheid en de einddatum meegegeven. De periode situeert zich steeds binnen de loonberekeningsperiode. Indien de loonberekening meerdere blokken 'periodieke sociale signalitiek' omvat, situeert de periode zich steeds in de periode van één blok 'periodieke sociale signalitiek' zodat de juiste signalitiek eenduidig aan de prestatie / afwezigheid kan gekoppeld worden.

Aantal uren

Enkel het aantal uren wordt meegegeven, dus niet wanneer de uren in de loop van de dag of periode gepresteerd worden.

Er kunnen meerdere prestatiecodes worden aangegeven voor eenzelfde dag of periode. Meerdere blokken moeten dan gecreëerd worden met telkens begin-en einddatum, betreffende prestatie / afwezigheidscode en het aantal uren onder de betreffende code.

Prestatiekenmerken

Voor bepaalde prestatiecodes moet nog meer informatie worden meegegeven. 

  • type overuur (prestatiecode 1102001 - overuren)
    • te recupereren
    • niet te recupereren

Ongeacht de uitbetaling van een eventueel overloon, wordt steeds de code 1 (recupereerbare overuren) vermeld voor een overuur dat gerecupereerd kan worden. 

  • notie onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen (prestatiecode 1102001 - overuren)
    • onderworpen
    • niet onderworpen
  • notie overuren inbegrepen in kalender (prestatiecode 1102001 - overuren)
    • 1 = prestaties op periodebasis zijn niet vervat in de prestaties op dagbasis.
    • 2 = prestaties op periodebasis zijn vervat in de prestaties op dagbasis.

      In combinatie met de wijze van aangifte (dag / periode) geeft dit 3 mogelijke aangiftemethoden:
      • Methode 1: de overuren worden aangegeven op dagbasis met de specifieke prestatiecode 1102001.
        Deze methode wordt gebruikt als de overuren kunnen worden gesitueerd op een precieze dag.
        Bijvoorbeeld: op 15/01/2028 levert een werknemer 7 uur normale prestaties. Daarnaast presteert hij diezelfde dag 1 overuur. Er worden twee prestatieblokken aangegeven voor die dag.
        • Blok #1 met normale prestaties op dagbasis:
          • datum of begindatum van prestatie of afwezigheid = 15/01/2028
          • prestatiecode = 1101001 (normale prestaties)
          • aantal uren = 7
        • Blok #2 met overuren op dagbasis:
          • datum of begindatum van prestatie of afwezigheid = 15/01/2028
          • prestatiecode = 1102001 (overuren)
          • aantal uren = 1
      • Methode 2: het totaal van overuren wordt aangegeven op periodebasis met de specifieke prestatiecode 1102001.
        Deze methode wordt gebruikt als de overuren niet kunnen worden gesitueerd op een precieze dag. Bijvoorbeeld: in februari 2028 levert een werknemer elke werkdag 7 uur normale prestaties. Daarnaast presteert hij in de loop van de maand februari in totaal 4 overuren. De volgende blokken worden aangegeven voor de maand februari 2028:
        • Blok #1 met normale prestaties op dagbasis:
          • datum of begindatum van prestatie of afwezigheid = 01/02/2028
          • prestatiecode = 1101001 (normale prestaties)
          • aantal uren = 7
        • Blok # n ...
        • Blok #30 met overuren op periodebasis:
          • datum of begindatum van prestatie of afwezigheid = 01/02/2028
          • einddatum van prestatie of afwezigheid = 29/02/2028
          • prestatiecode = 1102001 (overuren)
          • aantal uren = 4
          • notie overuren inbegrepen in de kalender = 1 (overuren niet reeds inbegrepen in kalender op dagbasis)
      • Methode 3: de overuren worden aangegeven op dagbasis met een generieke prestatiecode én het totaal van overuren wordt aangegeven op periodebasis met de specifieke prestatiecode 1102001.
        Sommige verzenders kunnen de overuren niet onderscheiden van de andere prestaties in de prestatiekalender. Zij kunnen methode 3 toepassen. Deze methode wordt m.a.w. gebruikt als de overuren geïntegreerd zijn in de andere prestaties aangegeven op dagbasis, maar niet kunnen worden geïdentificeerd als een overuur in de prestaties op dagbasis. Het totaal van de overuren wordt aangegeven op periodebasis met de specifieke prestatiecode 1102001. In de zone “notie overuren inbegrepen in de kalender” wordt de waarde “1” vermeld. Op deze manier wordt gesignaleerd dat deze overuren ook geïntegreerd zijn in de prestaties aangegeven op dagbasis.
        Bijvoorbeeld: in februari 2028 levert een werknemer elke werkdag 7 uur normale prestaties. Daarnaast presteert hij 2 overuren op 2 februari 2028. De volgende blokken worden aangegeven voor de maand februari 2028:
        • Blok #1 met normale prestaties op dagbasis:
          • begindatum van prestatie of afwezigheid = 01/02/2028
          • prestatiecode = 1101001 (normale prestaties)
          • aantal uren = 7
        • Blok #2 met normale prestaties op dagbasis:
          • begindatum van prestatie of afwezigheid = 02/02/2028
          • prestatiecode = 1101001 (normale prestaties)
          • aantal uren = 9
        • Blok # n ...
        • Blok #30 met overuren op periodebasis:
          • begindatum van prestatie of afwezigheid = 01/02/2028
          • einddatum van prestatie of afwezigheid = 29/02/2028
          • prestatiecode = 1102001 (overuren)
          • aantal uren = 2
          • notie overuren inbegrepen in de kalender = 2 (overuren reeds inbegrepen in kalender op dagbasis)
  • notie prestaties van zeevarenden
    • De vaart, de standby- en de bijwerkprestaties van de zeevarenden (werkgeverscategorieën 105, 205, 305 en 505) worden aangegeven met de generieke prestatiecode 1101001. Het precieze type prestaties wordt via deze notie meegedeeld:
      • 1 = vaartprestaties
      • 2 = standby-prestaties
      • 3 = bijwerk 
  • Oorsprong wettelijke vakantie
    • De zone 'oorsprong van wettelijke vakantie' wordt enkel voor bedienden ingevuld als de prestatiecode 1204001 (wettelijke vakantie) wordt meegedeeld. Het gaat om een aanduiding dat de wettelijke vakantie is toegekend op basis van een vakantieattest of -cheque.
      • 1 = toegekend op basis van een vakantieattest of -cheque.
  • Niet-gelijkstelling met gewone prestaties bij de bepaling van het recht op wettelijke vakantie
    • Volgende afwezigheden worden gelijkgesteld met gewone prestaties bij de vaststelling van het recht op wettelijke vakantie, indien ze voldoen aan bepaalde voorwaarden (art. 16-19, 36, 41-44 en 61 van het KB van 30/03/1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers): 
      • Ziekte of ongeval van gemeen recht, niet gedekt door loon, na periode van gewaarborgd loon (prestatie- of afwezigheidscode 2205003)
      • Ziekte - Profylactisch verlof ter voorkoming van verspreiding van besmettelijke ziekten, ten laste van sector uitkeringen (code 2205004)
      • Ziekte of ongeval van gemeen recht in geval van aangepast werk (code 2205005)
      • Arbeidsongeval of beroepsziekte (code 2206001)
      • Maatregel van moederschapsbescherming (code 2210001).
    • Als een van deze afwezigheden niet wordt gelijkgesteld met gewone prestaties bij de bepaling van het aantal uren wettelijke vakantie waarop een persoon recht heeft, moet dit in deze zone worden aangegeven:
      • 1 = niet gelijkgesteld met gewone prestaties bij de bepaling van het aantal uren wettelijke vakantie waarop een persoon recht heeft
    • Het gaat enkel om bedienden met de vakantieregeling van de privésector of hiermee gelijkgesteld (bijv. arbeiders met de vakantieregeling van de privésector wiens vakantie niet wordt beheerd door een vakantiekas, de contractuele arbeiders met de vakantieregeling van de privésector tewerkgesteld bij een lokaal openbaar bestuur, statutaire stagiairs met de vakantieregeling van de privésector bij een lokaal openbaar bestuur, …).