6.2.1.2. Berekening van de doelgroepvermindering

In het kader van de doelgroepverminderingen geniet de werkgever op het bedrag van de op het loon verschuldigde werkgeversbijdragen een vermindering tijdens het kwartaal van aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.

1. Basisbedrag G

Het basisbedrag van de vermindering (= G) alsmede de duur van toekenning zijn afhankelijk van de voorwaarden waaraan de werknemer voldoet.

De doelgroepvermindering wordt toegekend en berekend per tewerkstellingslijn.

Afhankelijk van de beoogde doelgroep stemt G bij een provinciaal of plaatselijk bestuur overeen met G1, G2, G6, G7, G8, G9, G11, G12 of G13. De bedragen voor de doelgroepvermindering zijn per kwartaal respectievelijk gelijk aan:

  • G1 = 1.000 EUR;
  • G2 = 400 EUR;
  • G6 = 1.150 EUR;
  • G7 = het bedrag van alle werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, vermeld onder 6.2.1.3.
  • G8 = 1.500 EUR;
  • G9 = 800 EUR;
  • G11 = 770 EUR;
  • G12 = 726,50 EUR;
  • G13 = het bedrag van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, vermeld onder 6.2.1.3., verminderd met de loonmatigingsbijdrage.

Deze forfaitaire verminderingsbedragen zijn per kwartaal vastgesteld voor een voltijdse werknemer met volledige kwartaalprestaties en worden, ingeval van deeltijdse prestaties, aangepast a rato van de prestaties van de tewerkstelling.

Tot bepaling van het bedrag van de uiteindelijk toegestane doelgroepvermindering in een kwartaal (= Pg) dient men op volgende wijze te werk te gaan: het basisforfait, dat de werkgever in een bepaald kwartaal voor een tewerkstelling van een werknemer kan genieten, wordt vermenigvuldigd met de pr estatiebreuk van de tewerkstelling (= µ) en met de vaste multiplicatiefactor (= beta).

2. Prestatiebreuk µ

De prestatiebreuk µ wordt bepaald voor de tewerkstelling waarvoor de vermindering wordt berekend. Aan de hand van de prestatiebreuk wordt het bedrag van de vermindering geproportioneerd.

µ = Z / (13 x U)

waarbij

  • Z = het aantal reëel gepresteerde arbeidsuren en de uren die overeenstemmen met de dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer. De uren die overeenkomen met de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding komen niet in aanmerking voor de berekening van Z.
  • U = het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon.

µ wordt afgerond tot op het tweede cijfer na de komma waarbij 0,005 naar boven wordt afgerond.

3. Vaste multiplicatiefactor beta

De vaste multiplicatiefactor beta maakt het mogelijk om, in functie van de geleverde arbeidsprestaties, af te wijken van een strikt proportionele vermindering van de bijdragen. De waarde van beta is afhankelijk van de globale tewerkstelling van de werknemer bij dezelfde werkgever tijdens een kwartaal (= µ(glob)). µ(glob) is gelijk aan de som van alle tewerkstellingen (= µ's) van de werknemer bij dezelfde werkgever.

Aan de hand van de µ(glob) wordt nagegaan of de werknemer tijdens het kwartaal voldoende prestaties heeft opdat er een recht op vermindering zou ontstaan.

  • als µ(glob) groter is dan of gelijk is aan 0,80, dan is beta gelijk aan 1 / µ(glob);
  • als µ(glob) groter is dan of gelijk is aan 0,55 en kleiner dan 0,80, dan is beta gelijk aan 1 + [µ(glob) - 0,55];
  • als µ(glob) groter is dan of gelijk is aan 0,275 en kleiner dan 0,55, dan is beta gelijk aan 1;
  • als µ(glob) kleiner is dan 0,275, dan is beta gelijk aan nul en wordt er geen vermindering toegekend.

Beta wordt nooit afgerond.

Om recht te hebben op de doelgroepvermindering is het derhalve vereist dat de reële arbeidsprestaties van de werknemer over een kwartaal tenminste 27,5% van volledige prestaties belopen.

De vereiste komt evenwel te vervallen voor

  • de werknemers aangeworven met een arbeidsovereenkomst die ten minste voorziet in een halftijds uurrooster;
  • de werknemers, aangeworven ter vervanging van de werknemers in het kader van de (vrijwillige) vierdagenweek;
  • de kunstenaars.
  • de gesubsidieerde contractuelen;
  • de werknemers, tewerkgesteld op grond van artikel 60, §7 van de OCMW-wet.

4. Toegestane doelgroepvermindering (= Pg)

Het bedrag van de voor een werknemer toegestane doelgroepvermindering in een kwartaal is in de regel gelijk aan:

Pg = G x µ x beta

Pg wordt tot op de cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond op 0,01 EUR.

In afwijking hiervan is de toegestane doelgroepvermindering Pg gelijk aan G voor de basisbedragen G7 en G13. Men houdt geen rekening met de prestatiebreuk µ en de vaste multiplicatorfactor beta bij het berekenen van de doelgroepvermindering voor

  • de werknemers, aangeworven ter vervanging van de werknemers in het kader van de (vrijwillige) vierdagenweek;
  • de werknemers, tewerkgesteld op grond van artikel 60, §7 van de OCMW-wet;
  • de gesubsidieerde contractuelen.

Het bedrag Pg kan in geen geval voormelde verschuldigde patronale socialezekerheidsbijdragen per tewerkstelling van de werknemer overschrijden. Bij het bepalen van deze bijdragen wordt er geen rekening gehouden met het enkelvoudig vertrekvakantiegeld van de privésector dat een werkgever vervroegd uitbetaalt aan een werknemer die uit dienst treedt.