Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen - update

(20/09/2021)

Ingevolge de registratie van de CAO nr. 43/15 op 7 september 2021 en het retroactief in werking treden van de aangepaste CAO nr. 43, wijzigt het GGMMI ten opzichte van het reeds eerder meegedeelde bedrag op 8 september 2021.

Het aangepaste gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen bedraagt 1.658,23 EUR met ingang van 1 september 2021.

top

Werkbonus - grensbedragen - update

(20/09/2021)

Ingevolge de registratie van de CAO nr. 43/15 op 7 september 2021 en het retroactief in werking treden van de aangepaste CAO nr. 43, wijzigt het GGMMI vanaf 1 september 2021 met een aanpasing van de loongrenzen voor de werkbonus als gevolg. Hieronder vindt u in tabelvorm de aangepaste bedragen vanaf 1 september 2021.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,98
> 1.707,98 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

209,77
209,77 - ( 0,2194 x (S - 1.707,98))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,98
> 1.707,98 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

226,55
226,55 - (0,2370 x (S - 1.707,98))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top

Sociale Maribel - wijzigingen van de berekening van de financiële tussenkomst

(16/09/2021)

Naar aanleiding van de ingebruikname van een nieuwe toepassing voor de berekening van de financiële tussenkomst in het kader van de Sociale Maribel, worden de werkgevers die een financiële tussenkomst ontvangen van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector geïnformeerd over een aantal wijzigingen:

 

Eén betaling per kwartaal

De werkgevers die recht hebben op een financiële tussenkomst van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector voor de tewerkstelling van werknemers in het kader van de Sociale Maribel, ontvangen een voorschot per kwartaal.

Vanaf 2021 wordt het voorschot  niet meer opgesplitst in twee stortingen, één van 80% op basis van de theoretische toekenning en één van maximaal 20% in functie van de gegevens in de aangifte, maar wordt het in één keer per kwartaal betaald.

Het principe blijft dat de betaling gebeurt op het einde van de maand volgend op de maand van indiening van de aangifte.

De tussenkomst wordt berekend op basis van de gegevens uit de aangifte maar niet langer de gegevens uit de zone 794 – maatregelen non profit (codes 1,2, 4, 5, 7 en 9) maar de gegevens uit de zone 'gemiddeld aantal (Sociale Maribel) gesubsidieerde uren per week van de werknemer'.

Deze zone bestaat reeds sinds het 4e kwartaal 2018 maar werd door het openbare Fonds niet gebruikt voor de berekening van de financiële tussenkomst tot het 2e kwartaal 2021.

Blokkering van de berekening in geval van anomalie 01203-260

Sinds het 4e kwartaal 2020 wordt de anomalie 01203-260 (gemiddeld aantal gesubsidieerde uren per week van de werknemer – aantal uren te hoog) gesignaleerd op niveau van de DmfA/DmfAPPL als het aantal gesubsidieerde uren Maribel groter is dan het gemiddeld aantal uren te presteren per week.

Het gaat om een procentuele anomalie die de aangifte zelf niet blokkeert, als de fout niet te frequent voorkomt in de aangifte in kwestie. Vanaf het 2e kwartaal 2021 blokkeert deze anomalie echter volledig de financiële tussenkomst in het kader van de Sociale Maribel van het betrokken kwartaal,  zelfs als deze maar bij één werknemer voorkomt.

Indien de werkgever de fout regulariseert, zal bij de eerstvolgende berekening die op de 18e van de maand plaatsvindt, de tussenkomst worden berekend en betaald op het einde van de maand van berekening. De werkgever hoeft dus niet te wachten op een herberekening bij de  jaarcontrole om het saldo te ontvangen. Alle regularisaties verwerkt tot de 17e van de maand, zullen in aanmerking genomen worden voor de berekening van de 18e.

Dit is niet het geval voor werkgevers die een (gedeeltelijk) voorschot hebben ontvangen en regularisaties met betrekking tot Maribelwerknemer indienen voor het betrokken kwartaal. Eens een voorschot betaald, kan geen tweede betaling meer gebeuren voor hetzelfde kwartaal maar wordt een herberekening gemaakt bij de jaarcontrole.

De dienstverrichters en FSS worden op de hoogte gebracht van de specifieke gevallen waarin een berekening van de financiële tussenkomst van het 2e kwartaal 2021 geblokkeerd werd wegens de anomalie 01203-260 en gevraagd zo spoedig mogelijk de correcties uit te voeren.

Indien de foutcode ook voorkomt in het 1e kwartaal 2021, dient voor dat kwartaal eveneens een correctie uitgevoerd te worden om een correct jaarsaldo te kunnen vaststellen.  Het voorschot voor het 1e kwartaal 2021 werd immers uitzonderlijk betaald op basis van de theoretisch toegekende arbeidsplaatsen, zonder rekening te houden met de gegevens in de DmfA/DmfAPPL. Bij de jaarcontrole zal een herberekening gebeuren op basis van de op dat moment aangegeven toestand. Een verkeerd gegeven in de zone ‘gemiddeld aantal (Sociale Maribel) gesubsidieerde uren per week van de werknemer’, kan een negatieve invloed hebben op de definitieve financiële tussenkomst.

Nieuwe arbeidsplaatsen vanaf 2020: zone 'datum toekenning nieuwe post Sociale Maribel'

De nieuwe arbeidsplaatsen Sociale Maribel die in 2020 werden toegekend, worden vergoed aan een hoger bedrag van financiële tussenkomst. Vanaf 2021 wordt de zone “datum toekenning nieuwe post Sociale Maribel” gebruikt om de werknemer die deze post invult, te kunnen identificeren en de verhoogde tussenkomst te kunnen betalen.

Vanaf 2021/2 heeft de zone een nieuwe invulling gekregen maar met retroactief effect vanaf het 1e kwartaal 2021. Een wijzigende aangifte zal mogelijk moeten worden ingediend voor het 1ste kwartaal 2021 om bij de jaarcontrole het correcte bedrag te kunnen berekenen. Dit heeft als gevolg dat indien de zone niet is ingevuld bij de werknemer die de nieuw toegekende arbeidsplaats invult, er geen verhoogde tussenkomst kan worden berekend. De werknemer is dan gewoon meegeteld bij het totale aantal VTE (contractueel/statutair) van de toekenningen vóór 2020.

Omgekeerd, als de werkgever voor iedere Maribelwerknemer deze zone heeft ingevuld, ook al heeft hij geen nieuwe arbeidsplaatsen ontvangen, wordt er geen tussenkomst berekend voor de arbeidsplaatsen toegekend vóór 2020. In dat geval kunnen immers geen werknemers gelinkt worden aan de toekenning van vóór 2020.

Enkel de werkgevers die in 2020 een nieuwe arbeidsplaats hebben gekregen, dienen deze zone in te vullen. De zone mag niet ingevuld worden voor vervangers die in 2021 in dienst gekomen zijn voor de invulling van arbeidsplaatsen toegekend vóór 2020.

Contractuelen/statutairen

Sommige arbeidsplaatsen in het kader van de Sociale Maribel worden statutair ingevuld. Bij de openbare lokale werkgevers (met uitzondering van de ziekenhuizen) worden deze arbeidsplaatsen vergoed aan een hogere financiële tussenkomst. Dit is het geval als contractuele Maribelwerknemers vastbenoemd worden of als de werkgever bij de aanvraag voor een nieuwe arbeidsplaats te kennen geeft dat hij deze statutair wenst in te vullen.

Om de controle te vergemakkelijken, zal bij de berekening van de financiële tussenkomst vanaf 2021 niet alleen rekening worden gehouden met de toegekende arbeidsplaatsen (contractueel/statutair) maar ook met het werknemerskengetal van de betrokken aangegeven Maribelwerknemer.

Voorbeeld: een  werkgever heeft een toekenning van 3 VTE contractuele en 2 VTE statutaire arbeidsplaatsen.  In zijn aangifte geeft hij  4 VTE contractueel en 1 VTE statutair aan.

  • De financiële tussenkomst wordt berekend op basis van 3 VTE contractueel en 1 VTE statutair, ook al is het totaal aantal aangeven VTE gelijk aan het totaal aantal toegekende VTE.

Indien de werkgever effectief recht heeft op een statutaire plaats (als een contractueel Maribeller statutair geworden is) zal de toekenning worden aangepast. Werkgevers in deze situatie worden verzocht het Fonds Sociale Maribel hierover te informeren. Het saldo voor het reeds betaalde kwartaal, wordt verrekend bij de jaarcontrole.

Indien een aanpassing van de toekenning niet van toepassing is (bv. in geval de werkgever ineens een statutair aangeeft die al jaren in dienst is maar oorspronkelijk niet werd aangeworven als Maribelwerknemer) dient de werkgever de zone “gemiddeld aantal gesubsidieerde uren per week van de werknemer” en eventueel de zone “datum toekenning nieuwe post Sociale Maribel” in te vullen voor een contractueel werknemer in plaats van voor een statutair.

top

Sportlui - berekeningsbasis voor de bijdragen

(08/09/2021)

De socialezekerheidsbijdragen voor sportlui worden berekend op het maximumbedrag dat als basis dient voor de berekening van de werkloosheidsuitkering conform artikel 111 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. Dit geldt zowel voor de sportlui die vallen onder de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, als voor zij die niet onder die wet vallen.

Door een aanpassing voortvloeiend uit een indexoverschrijding, bedraagt dit bedrag momenteel 2.474,22 EUR met ingang van 1 september 2021.

top

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen

(08/09/2021)

De RSZ aanvaardt dat het aantal arbeidsdagen voor huisarbeiders berekend wordt op basis van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. Als gevolg van de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, bedraagt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen 1.658,19 EUR met ingang van 1 september 2021.

top

Flexi-loon

(08/09/2021)

In het kader van een flexi-job heeft de werknemer recht op een loon (bruto is netto aangezien er geen inhoudingen zijn) dat niet lager mag zijn dan 8,82 EUR per uur (niet-geïndexeerd). Eveneens wordt, samen met ieder loon, een flexi-vakantiegeld uitbetaald van 0,68 EUR per uur (niet-geïndexeerd, totaal dus 9,50 EUR per uur). Door een aanpassing voortvloeiend uit een indexoverschrijding, bedraagt  vanaf 1 september 2021 het minimumbedrag van het flexi-uurloon 9,74 EUR en het flexi-vakantiegeld 0,75 EUR per uur (totaal dus 10,49 EUR).

top

Decava - loonplafonds inhoudingen

(08/09/2021)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er met ingang van 1 september 2021 een aanpassing van de grensbedragen voor de berekening van de maximale inhouding op de aanvullende vergoedingen:

Grensbedragen na indexering en met toepassing van de herwaarderingscoëfficiënt:

(in EUR)

voltijds, met gezinslast

voltijds, zonder gezinslast

halftijds, met gezinslast

halftijds, zonder gezinslast

basisbedrag 1.130,44 938,50 565,22 469,25
vanaf 01-09-2018 1.746,22 1.449,73 873,11 724,86
vanaf 01-01-2020 1.768,57 1.468,29 884,29 734,14
vanaf 01-03-2020 1.803,94 1.497,65 901,97 748,82
vanaf 01-01-2021 1.809,71 1.502,44 904,86 751,22

vanaf 01-09-2021

1.845.95 1.532,53 922,97 766,26

 

top

Aanpassing van het loonplafond werknemersbijdragevermindering herstructurering

(08/09/2021)

Als gevolg van een overschrijding van de spilindex in de loop van de maand augustus 2021, wijzigt het loonplafond voor de berekening van de bijdragevermindering herstructurering vanaf 1 oktober 2021.

De werknemer heeft recht op deze werknemersbijdragevermindering als zijn refertemaandloon volgende loongrenzen niet overstijgt:

  • indien de werknemer op het moment van indiensttreding jonger is dan 30 jaar: 3.133,34 EUR;
  • indien de werknemer op het moment van indiensttreding minstens 30 jaar is: 4.595,03 EUR

top

Werkbonus - grensbedragen

(08/09/2021)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er een aanpassing van de loongrenzen voor de berekening van de werkbonus. Drie coëfficiënten die u bij de berekening nodig hebt, ondergaan eveneens een wijziging. Hieronder vindt u in tabelvorm de nieuwe bedragen vanaf 1 september 2021.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,94
1.707,94 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

209,76
209,76 - ( 0,2194 x (S - 1.707,94))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,94
> 1.707,94 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

226,54
226,54 - (0,2369 x (S - 1.707,94))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top