Aanpassing forfaits gelegenheidsarbeid, met fooien betaalden en zeevissers

(29/09/2021)

Als gevolg van het overschrijden van de spilindex respectievelijk tijdens de maand augustus (met fooien betaalden, gelegenheidswerknemers horeca, land- en tuinbouw) en juli (zeevissers), wijzigen de forfaitaire daglonen. De tabel bevat de dagforfaits die gelden vanaf 1 oktober 2021 , variërend naargelang de sector, de uitgeoefende functie en de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het kwartaal.

De forfaitaire bedragen voor de aangestelden toiletten buiten de horeca ondergaan geen wijzigingen ten opzichte van het 3de kwartaal 2021.

top

Federale openbare gezondheidssectoren - bijkomend verlof in 2021

(29/09/2021)

Deze tussentijdse instructie is enkel van toepassing op de werkgevers die tot de federale gezondheidssectoren van de openbare sector behoren.

Het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector is belast met de financiering van een aantal maatregelen voorzien in het sociaal akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren 2005-2010. Deze maatregelen houden op geen enkele wijze verband met de toekenning en financiering van de bijkomende tewerkstelling in het kader van de Sociale Maribel.

Dit akkoord is van toepassing op de instellingen van de openbare sector die behoren tot de federale gezondheidssectoren:

  • Ziekenhuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen en beschut wonen;
  • ROB/RVT en de dagverzorgingscentra;
  • Diensten voor thuisverpleging;
  • Revalidatiecentra;
  • Wijkgezondheidscentra.

In uitvoering van voormeld sociaal akkoord kunnen de personeelsleden van minstens 52 jaar, die in de federale gezondheidssectoren tewerkgesteld zijn en die niet kunnen genieten van de maatregelen inzake eindeloopbaan van het meerjarenplan voor de gezondheidssector, een aantal bijkomende verlofdagen toegekend krijgen in het kader van de maatregel van bijkomend verlof.

De toekenning van het aantal bijkomende verlofdagen is vastgesteld als volgt:

  • 52 jaar: 5 dagen
  • 53 jaar: 8 dagen
  • 54 jaar: 10 dagen
  • 55 jaar: 13 dagen
  • 56 jaar: 15 dagen
  • 57 jaar: 18 dagen
  • 58 jaar: 20 dagen.

De leeftijd die in beschouwing genomen wordt, is die bereikt op 1 januari van het jaar waarin de bijkomende verlofdagen zijn voorzien.

De financiële middelen die het Fonds Sociale Maribel ter beschikking van de werkgever stelt, moeten aangewend worden voor de aanwerving van bijkomende werknemers of voor de verhoging van de arbeidstijd van werknemers die reeds in dienst zijn bij uw instelling, om een (gedeeltelijke) vervanging toe te laten van de werknemers die het voordeel van het bijkomend verlof toegekend krijgen.

Het bedrag van de financiële tussenkomst is vastgelegd op maximaal € 36.430,84 op jaarbasis per voltijds equivalent doch is beperkt tot de reële loonkost.

Een van de voorwaarden voor het verkrijgen van een financiering is dat de werkgever het sociaal akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren toepast.

Werkgevers aan wie reeds bijkomende arbeidsplaatsen werden toegekend in 2020 of op een vroegere datum, dienen eveneens het formulier in bijlage bij deze tussentijdse instructie in te vullen indien zij verder wensen te genieten van de financiering.

Voor het jaar 2021 zal het Fonds Sociale Maribel de financiële middelen voor de vervangende tewerkstelling verdelen op basis van de gegevens betreffende het totaal aantal bijkomende verlofdagen van de werknemers die het voordeel van de maatregel van bijkomend verlof toegekend krijgen.

De werkgever die onder toepassing van dit sociaal akkoord valt, en de maatregel van bijkomend verlof reeds effectief toepast of de maatregel een eerste keer in het jaar 2020 toepast, en die in aanmerking wenst te komen voor de verdere financiering van de reeds toegekende arbeidsplaatsen of voor de toekenning van (een) bijkomende arbeidsplaats(en), moet het daartoe bestemde antwoordformulier invullen en terug bezorgen per post tegen uiterlijk 10 november 2021 of bij voorkeur per e-mail op volgend adres:

RSZ
AD VII/ Sociale Maribel  
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel    

E-mail: maribel@rsz.fgov.be

Het ingevulde antwoordformulier dient ondertekend te worden door de drie representatieve vakorganisaties.

Indien de werkgever niet reageert binnen de vooropgestelde termijn, gaat het Fonds Sociale Maribel ervan uit dat de werkgever afstand doet van zijn recht op een eventuele tussenkomst tot financiering van  de vervangende tewerkstelling in het kader van het bijkomend verlof ten voordele van bepaalde categorieën personeelsleden voor het jaar 2021.

 

top

Vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers - vrijgestelde vergoedingen

(29/09/2021)

De vergoedingen voor ‘niet-uitzonderlijke’ prestaties van de vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen voor zover zij een maximumbedrag per kwartaal niet overschrijden. Door een aanpassing voortvloeiend uit de indexoverschrijding is het maximumbedrag vanaf 1 oktober 2021 gelijk aan 1.144,97 EUR per kwartaal.

top

Aanpassing van loonplafonds verminderingen

(29/09/2021)

Als gevolg van een overschrijding van de spilindex in de loop van de maand augustus 2021, wijzigen een aantal loonplafonds voor de berekening van bijdrageverminderingen. Dit kan ook een impact hebben op sommige overgangsmaatregelen van de geregionaliseerde verminderingen vanaf 1 oktober 2021.

Structurele vermindering

Aanpassing van de bovenste loongrens van de lagelonencomponent (S0) en aanpassing van de ondergrens van de hogelonencomponent (S1) van de structurele vermindering:

Rcategorie 1 = 0,1400 x (  9.400,01S); (algemene categorie)
Rcategorie 2 = 79,00 + 0,2557 x ( 7.896,64S) + 0,0600 x (W 13.785,10); (categorie sociale maribel)
Rcategorie 3 met loonmatiging = 0,1400 x ( 10.185,52 S); (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers met loonmatiging)
Rcategorie 3 zonder loonmatiging = 495,00 + 0,1785 x ( 9.670,52 S). (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers zonder loonmatiging)

Doelgroepvermindering oudere werknemers

  • Brussel: 11.142,68 EUR
  • Wallonië: 14.795,87 EUR

Doelgroepvermindering kunstenaars

  • Algemene regeling/overgangsmaatregelen: 4.974,69 EUR

Werknemersbijdragevermindering herstructurering

  • S0 = 3.133,34 EUR
  • S1 = 4.595,03 EUR

top

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen - update

(20/09/2021)

Ingevolge de registratie van de CAO nr. 43/15 op 7 september 2021 en het retroactief in werking treden van de aangepaste CAO nr. 43, wijzigt het GGMMI ten opzichte van het reeds eerder meegedeelde bedrag op 8 september 2021.

Het aangepaste gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen bedraagt 1.658,23 EUR met ingang van 1 september 2021.

top

Werkbonus - grensbedragen - update

(20/09/2021)

Ingevolge de registratie van de CAO nr. 43/15 op 7 september 2021 en het retroactief in werking treden van de aangepaste CAO nr. 43, wijzigt het GGMMI vanaf 1 september 2021 met een aanpasing van de loongrenzen voor de werkbonus als gevolg. Hieronder vindt u in tabelvorm de aangepaste bedragen vanaf 1 september 2021.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,98
> 1.707,98 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

209,77
209,77 - ( 0,2194 x (S - 1.707,98))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,98
> 1.707,98 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

226,55
226,55 - (0,2370 x (S - 1.707,98))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top

Sociale Maribel - wijzigingen van de berekening van de financiële tussenkomst

(16/09/2021)

Naar aanleiding van de ingebruikname van een nieuwe toepassing voor de berekening van de financiële tussenkomst in het kader van de Sociale Maribel, worden de werkgevers die een financiële tussenkomst ontvangen van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector geïnformeerd over een aantal wijzigingen:

 

Eén betaling per kwartaal

De werkgevers die recht hebben op een financiële tussenkomst van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector voor de tewerkstelling van werknemers in het kader van de Sociale Maribel, ontvangen een voorschot per kwartaal.

Vanaf 2021 wordt het voorschot  niet meer opgesplitst in twee stortingen, één van 80% op basis van de theoretische toekenning en één van maximaal 20% in functie van de gegevens in de aangifte, maar wordt het in één keer per kwartaal betaald.

Het principe blijft dat de betaling gebeurt op het einde van de maand volgend op de maand van indiening van de aangifte.

De tussenkomst wordt berekend op basis van de gegevens uit de aangifte maar niet langer de gegevens uit de zone 794 – maatregelen non profit (codes 1,2, 4, 5, 7 en 9) maar de gegevens uit de zone 'gemiddeld aantal (Sociale Maribel) gesubsidieerde uren per week van de werknemer'.

Deze zone bestaat reeds sinds het 4e kwartaal 2018 maar werd door het openbare Fonds niet gebruikt voor de berekening van de financiële tussenkomst tot het 2e kwartaal 2021.

Blokkering van de berekening in geval van anomalie 01203-260

Sinds het 4e kwartaal 2020 wordt de anomalie 01203-260 (gemiddeld aantal gesubsidieerde uren per week van de werknemer – aantal uren te hoog) gesignaleerd op niveau van de DmfA/DmfAPPL als het aantal gesubsidieerde uren Maribel groter is dan het gemiddeld aantal uren te presteren per week.

Het gaat om een procentuele anomalie die de aangifte zelf niet blokkeert, als de fout niet te frequent voorkomt in de aangifte in kwestie. Vanaf het 2e kwartaal 2021 blokkeert deze anomalie echter volledig de financiële tussenkomst in het kader van de Sociale Maribel van het betrokken kwartaal,  zelfs als deze maar bij één werknemer voorkomt.

Indien de werkgever de fout regulariseert, zal bij de eerstvolgende berekening die op de 18e van de maand plaatsvindt, de tussenkomst worden berekend en betaald op het einde van de maand van berekening. De werkgever hoeft dus niet te wachten op een herberekening bij de  jaarcontrole om het saldo te ontvangen. Alle regularisaties verwerkt tot de 17e van de maand, zullen in aanmerking genomen worden voor de berekening van de 18e.

Dit is niet het geval voor werkgevers die een (gedeeltelijk) voorschot hebben ontvangen en regularisaties met betrekking tot Maribelwerknemer indienen voor het betrokken kwartaal. Eens een voorschot betaald, kan geen tweede betaling meer gebeuren voor hetzelfde kwartaal maar wordt een herberekening gemaakt bij de jaarcontrole.

De dienstverrichters en FSS worden op de hoogte gebracht van de specifieke gevallen waarin een berekening van de financiële tussenkomst van het 2e kwartaal 2021 geblokkeerd werd wegens de anomalie 01203-260 en gevraagd zo spoedig mogelijk de correcties uit te voeren.

Indien de foutcode ook voorkomt in het 1e kwartaal 2021, dient voor dat kwartaal eveneens een correctie uitgevoerd te worden om een correct jaarsaldo te kunnen vaststellen.  Het voorschot voor het 1e kwartaal 2021 werd immers uitzonderlijk betaald op basis van de theoretisch toegekende arbeidsplaatsen, zonder rekening te houden met de gegevens in de DmfA/DmfAPPL. Bij de jaarcontrole zal een herberekening gebeuren op basis van de op dat moment aangegeven toestand. Een verkeerd gegeven in de zone ‘gemiddeld aantal (Sociale Maribel) gesubsidieerde uren per week van de werknemer’, kan een negatieve invloed hebben op de definitieve financiële tussenkomst.

Nieuwe arbeidsplaatsen vanaf 2020: zone 'datum toekenning nieuwe post Sociale Maribel'

De nieuwe arbeidsplaatsen Sociale Maribel die in 2020 werden toegekend, worden vergoed aan een hoger bedrag van financiële tussenkomst. Vanaf 2021 wordt de zone “datum toekenning nieuwe post Sociale Maribel” gebruikt om de werknemer die deze post invult, te kunnen identificeren en de verhoogde tussenkomst te kunnen betalen.

Vanaf 2021/2 heeft de zone een nieuwe invulling gekregen maar met retroactief effect vanaf het 1e kwartaal 2021. Een wijzigende aangifte zal mogelijk moeten worden ingediend voor het 1ste kwartaal 2021 om bij de jaarcontrole het correcte bedrag te kunnen berekenen. Dit heeft als gevolg dat indien de zone niet is ingevuld bij de werknemer die de nieuw toegekende arbeidsplaats invult, er geen verhoogde tussenkomst kan worden berekend. De werknemer is dan gewoon meegeteld bij het totale aantal VTE (contractueel/statutair) van de toekenningen vóór 2020.

Omgekeerd, als de werkgever voor iedere Maribelwerknemer deze zone heeft ingevuld, ook al heeft hij geen nieuwe arbeidsplaatsen ontvangen, wordt er geen tussenkomst berekend voor de arbeidsplaatsen toegekend vóór 2020. In dat geval kunnen immers geen werknemers gelinkt worden aan de toekenning van vóór 2020.

Enkel de werkgevers die in 2020 een nieuwe arbeidsplaats hebben gekregen, dienen deze zone in te vullen. De zone mag niet ingevuld worden voor vervangers die in 2021 in dienst gekomen zijn voor de invulling van arbeidsplaatsen toegekend vóór 2020.

Contractuelen/statutairen

Sommige arbeidsplaatsen in het kader van de Sociale Maribel worden statutair ingevuld. Bij de openbare lokale werkgevers (met uitzondering van de ziekenhuizen) worden deze arbeidsplaatsen vergoed aan een hogere financiële tussenkomst. Dit is het geval als contractuele Maribelwerknemers vastbenoemd worden of als de werkgever bij de aanvraag voor een nieuwe arbeidsplaats te kennen geeft dat hij deze statutair wenst in te vullen.

Om de controle te vergemakkelijken, zal bij de berekening van de financiële tussenkomst vanaf 2021 niet alleen rekening worden gehouden met de toegekende arbeidsplaatsen (contractueel/statutair) maar ook met het werknemerskengetal van de betrokken aangegeven Maribelwerknemer.

Voorbeeld: een  werkgever heeft een toekenning van 3 VTE contractuele en 2 VTE statutaire arbeidsplaatsen.  In zijn aangifte geeft hij  4 VTE contractueel en 1 VTE statutair aan.

  • De financiële tussenkomst wordt berekend op basis van 3 VTE contractueel en 1 VTE statutair, ook al is het totaal aantal aangeven VTE gelijk aan het totaal aantal toegekende VTE.

Indien de werkgever effectief recht heeft op een statutaire plaats (als een contractueel Maribeller statutair geworden is) zal de toekenning worden aangepast. Werkgevers in deze situatie worden verzocht het Fonds Sociale Maribel hierover te informeren. Het saldo voor het reeds betaalde kwartaal, wordt verrekend bij de jaarcontrole.

Indien een aanpassing van de toekenning niet van toepassing is (bv. in geval de werkgever ineens een statutair aangeeft die al jaren in dienst is maar oorspronkelijk niet werd aangeworven als Maribelwerknemer) dient de werkgever de zone “gemiddeld aantal gesubsidieerde uren per week van de werknemer” en eventueel de zone “datum toekenning nieuwe post Sociale Maribel” in te vullen voor een contractueel werknemer in plaats van voor een statutair.

top

Sportlui - berekeningsbasis voor de bijdragen

(08/09/2021)

De socialezekerheidsbijdragen voor sportlui worden berekend op het maximumbedrag dat als basis dient voor de berekening van de werkloosheidsuitkering conform artikel 111 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. Dit geldt zowel voor de sportlui die vallen onder de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, als voor zij die niet onder die wet vallen.

Door een aanpassing voortvloeiend uit een indexoverschrijding, bedraagt dit bedrag momenteel 2.474,22 EUR met ingang van 1 september 2021.

top

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen

(08/09/2021)

De RSZ aanvaardt dat het aantal arbeidsdagen voor huisarbeiders berekend wordt op basis van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. Als gevolg van de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, bedraagt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen 1.658,19 EUR met ingang van 1 september 2021.

top

Flexi-loon

(08/09/2021)

In het kader van een flexi-job heeft de werknemer recht op een loon (bruto is netto aangezien er geen inhoudingen zijn) dat niet lager mag zijn dan 8,82 EUR per uur (niet-geïndexeerd). Eveneens wordt, samen met ieder loon, een flexi-vakantiegeld uitbetaald van 0,68 EUR per uur (niet-geïndexeerd, totaal dus 9,50 EUR per uur). Door een aanpassing voortvloeiend uit een indexoverschrijding, bedraagt  vanaf 1 september 2021 het minimumbedrag van het flexi-uurloon 9,74 EUR en het flexi-vakantiegeld 0,75 EUR per uur (totaal dus 10,49 EUR).

top

Decava - loonplafonds inhoudingen

(08/09/2021)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er met ingang van 1 september 2021 een aanpassing van de grensbedragen voor de berekening van de maximale inhouding op de aanvullende vergoedingen:

Grensbedragen na indexering en met toepassing van de herwaarderingscoëfficiënt:

(in EUR)

voltijds, met gezinslast

voltijds, zonder gezinslast

halftijds, met gezinslast

halftijds, zonder gezinslast

basisbedrag 1.130,44 938,50 565,22 469,25
vanaf 01-09-2018 1.746,22 1.449,73 873,11 724,86
vanaf 01-01-2020 1.768,57 1.468,29 884,29 734,14
vanaf 01-03-2020 1.803,94 1.497,65 901,97 748,82
vanaf 01-01-2021 1.809,71 1.502,44 904,86 751,22

vanaf 01-09-2021

1.845.95 1.532,53 922,97 766,26

 

top

Aanpassing van het loonplafond werknemersbijdragevermindering herstructurering

(08/09/2021)

Als gevolg van een overschrijding van de spilindex in de loop van de maand augustus 2021, wijzigt het loonplafond voor de berekening van de bijdragevermindering herstructurering vanaf 1 oktober 2021.

De werknemer heeft recht op deze werknemersbijdragevermindering als zijn refertemaandloon volgende loongrenzen niet overstijgt:

  • indien de werknemer op het moment van indiensttreding jonger is dan 30 jaar: 3.133,34 EUR;
  • indien de werknemer op het moment van indiensttreding minstens 30 jaar is: 4.595,03 EUR

top

Werkbonus - grensbedragen

(08/09/2021)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er een aanpassing van de loongrenzen voor de berekening van de werkbonus. Drie coëfficiënten die u bij de berekening nodig hebt, ondergaan eveneens een wijziging. Hieronder vindt u in tabelvorm de nieuwe bedragen vanaf 1 september 2021.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,94
1.707,94 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

209,76
209,76 - ( 0,2194 x (S - 1.707,94))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.707,94
> 1.707,94 en ≤ 2.664,08
> 2.664,08

226,54
226,54 - (0,2369 x (S - 1.707,94))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top