Deeltijdse arbeid

Wat is deeltijdse arbeid?

Je bent een deeltijdse werknemer als je normale arbeidsduur, berekend op weekbasis of als gemiddelde over een referentieperiode, minder is dan die van een voltijdse werknemer in een vergelijkbare situatie bij dezelfde werkgever.

De arbeidsduur op weekbasis mag niet minder zijn dan 1/3 van de arbeidsduur op weekbasis van voltijdse werknemers van dezelfde categorie in het bedrijf. Bij gebrek aan voltijdse werknemers van dezelfde categorie in het bedrijf moet gekeken worden naar de arbeidsduur in dezelfde activiteitensector. Afwijkingen van de arbeidsduur kunnen bij koninklijk besluit vastgelegd worden.

Onderwerping aan de sociale zekerheid

Als deeltijdse werknemer ben je onderworpen aan de sociale zekerheid zoals een voltijdse werknemer, ongeacht het arbeidsstelsel.

Wie deeltijds werkt, krijgt dus ook socialezekerheidsrechten op basis van zijn tewerkstelling.

In bepaalde gevallen wordt afgeweken van de onderwerping aan de sociale zekerheid, met name bij gelegenheidsarbeid:

  • huispersoneel dat niet-manuele arbeid verricht, zoals op kinderen passen, ouderen gezelschap houden, boodschappen doen of minder mobiele personen begeleiden, op voorwaarde dat het niet meer dan 8 uur per week bij een of meer werkgevers werkt;
  • aanleggen van hopplanten en plukken van hop, plukken van tabak, kuisen en sorteren van teenwilgen, op voorwaarde dat het personeel in een kalenderjaar niet meer dan 25 dagen werkt tijdens de periodes vastgelegd in de regelgeving;
  • werk in de tuinbouwsector, tijdens een periode van intensief seizoens- of gelegenheidswerk, op voorwaarde dat het personeel niet meer dan 25 dagen per jaar werkt en in hetzelfde kalenderjaar niet als regelmatig werknemer in die sector tewerkgesteld was.

Voorwaarden voor deeltijdse arbeid

Een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid moet altijd schriftelijk vastgelegd worden:

  • voor elke werknemer persoonlijk,
  • uiterlijk op het ogenblik dat de werknemer zijn overeenkomst begint uit te voeren, en
  • met vermelding van het arbeidsstelsel en werkrooster dat toegepast moet worden.

Ofwel vermeldt de schriftelijke overeenkomst expliciet het afgesproken deeltijdse arbeidsstelsel en werkrooster, ofwel verwijst het naar het deeltijdse arbeidsstelsel in het bedrijfsarbeidsreglement en/of de deeltijdse arbeidsstelsels vastgelegd door de paritaire comités of op bedrijfsniveau. In dat laatste geval moet je daar als werknemer over ingelicht worden.

Mogelijke werkroosters

Er bestaan verschillende deeltijdse werkroosters:

  • Vast werkrooster: dit werkrooster maakt uitdrukkelijk deel uit van de overeenkomst. Op de plaats waar het arbeidsreglement geraadpleegd kan worden, moet een kopie van de overeenkomst of een ondertekend uittreksel met je werkrooster en je identiteit liggen.
  • Vast werkrooster per cyclus van meer dan een week: op basis van de informatie in de overeenkomst moet bepaald kunnen worden wanneer de cyclus aanvangt. Zoniet wordt het werkrooster beschouwd als een variabel werkrooster.
  • Variabel werkrooster: de werkgever moet je minstens 5 werkdagen op voorhand de dagroosters meedelen door een mededeling met het werkrooster op te hangen op de plaats waar het arbeidsreglement geraadpleegd kan worden. De mededeling kan vervangen worden door een ander middel toegestaan in een CAO of het arbeidsreglement.

Afwijking van het normale werkrooster

Je werkgever moet elke afwijking van het werkrooster vermeld in de arbeidsovereenkomst of van het variabele werkrooster dat meegedeeld wordt in een document of via een ander middel dat dezelfde garanties biedt, optekenen.

De werkgever moet elke afwijking van het voorziene werkrooster optekenen in dit document, dat hij 5 jaar lang moet bewaren.