Overlijden van een gepensioneerde zelfstandige

Voorwaarden om het overlevingspensioen te genieten

Er zijn twee voorwaarden om het overlevingspensioen te genieten:

  • Je bent minstens een jaar gehuwd – tenzij wanneer je een kind ten laste hebt of wanneer het overlijden het gevolg is van een beroepsziekte of van een ongeval.
  • Je bent minstens 45 jaar.

Als je jonger bent dan 45 jaar of als je niet aan de zonet opgesomde voorwaarden voldoet, kan je een overgangsuitkering krijgen gedurende een jaar (of twee jaar als je een kind ten laste hebt).

De leeftijdsvoorwaarde wordt dan progressief opgetrokken, met 6 maanden per jaar tot in 2025 en a rato van één jaar elk jaar tot in 2030:

2016

45,5 jaar

2017

46 jaar

2018

46,5 jaar

2019

47 jaar

2020

47,5 jaar

2021

48 jaar

2022

48,5 jaar

2023

49 jaar

2024

49,5 jaar

2025

50 jaar

2026

51 jaar

2027

52 jaar

2028

53 jaar

2029

54 jaar

2030

55 jaar

Periodes die meetellen voor berekening van het overlevingspensioen en de overgangsuitkering

Het bedrag van je overlevingspensioen of je overgangsuitkering hangt af van de beroepsloopbaan van je overleden echtgenoot.

Berekening van het overlevingspensioen

De berekening van het pensioen verschilt naargelang je overleden echtgenoot de pensioenleeftijd had bereikt en/of hij/zij op het ogenblik van zijn/haar overlijden een rustpensioen genoot.

Het bedrag van het pensioen hangt onder meer af van:

  • de duur van de beroepsloopbaan van de overleden echtgenoot
  • de omvang van de beroepsinkomsten die verworven werden voor elk geldig jaar van de beroepsloopbaan van je overleden echtgenoot

Als de voorwaarden om een recht op het minimumpensioen te openen zijn vervuld, wordt het bedrag van je overlevingspensioen eveneens berekend op grond van het forfaitair bedrag van het minimumpensioen en van de duur van de loopbaan van je overleden echtgenoot.

Enkel het voordeligste pensioenbedrag (volgens de beroepsinkomsten of volgens het minimumpensioen) wordt je toegekend.

Bij genot van persoonlijke pensioenen (rust- en/of overlevings-), kan het bedrag van het overlevingspensioen begrensd zijn.

Voor meer informatie over de berekening van het overlevingspensioen, kan je contact opnemen met het RSVZ.

Berekening van de overgangsuitkering

De overgangsuitkering wordt op dezelfde wijze berekend als het overlevingspensioenen.

Het bedrag mag echter nooit kleiner zijn dat het minimumbedrag van de overgangsuitkering  vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk die werd gebruikt voor de berekening van de uitkering op grond van de beroepsinkomsten.

Voor meer informatie over de berekening van de overgangsuitkering, kan je contact opnemen met het RSVZ.

Schorsing van overlevingspensioen of overgangsuitkering

Je recht op een overlevingspensioen (of op de overgangsuitkering) wordt geschorst als:

  • je niet meer aan de voorwaarden voldoet, of
  • je hertrouwt.

Het overlevingspensioen voldoet aan dezelfde voorwaarden als het rustpensioen.

Je kunt de overgangsuitkering cumuleren met een beroepsactiviteit zonder beperking van inkomsten, of met sociale uitkeringen.