De secundaire netwerken

Naast het primaire netwerk zijn de meewerkende instellingen gegroepeerd per tak, in netwerken: de secundaire netwerken. Voor bepaalde takken van de sociale zekerheid is de opdracht van organisatie van de uitbetaling van de uitkeringen inderdaad toevertrouwd aan meewerkende instellingen, afkomstig van het privé-initiatief of van de non-profitsector, maar gecontroleerd door een of meerdere overheidsinstellingen.

Deze instellingen houden zich in feite bezig met het beheer van individuele dossiers, namelijk het onderzoek van de dossiers (informatie verzamelen en beheren), de toekenning van het recht op uitkeringen en de effectieve uitbetaling van sociale uitkeringen. In bepaalde gevallen, voor de sociaal verzekerden die de middelen (of de zin) niet hebben om zich aan te sluiten bij een meewerkende instelling, kan een bijzondere overheidsinstelling ook instaan voor de uitbetaling.

Voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering: het gaat om de verzekeringsinstellingen, namelijk de (in landsbonden verenigde) christelijke, vrije, socialistische, neutrale en liberale ziekenfondsen. Twee overheidsinstellingen zijn eveneens actief: de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (HZIV) en de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS. Op deze verzekeringsinstellingen wordt toezicht gehouden door het RIZIV en de Controledienst voor de ziekenfondsen.

Voor de kinderbijslag speelt FAMIFED de rol van uitbetalingsinstelling voor bepaalde werknemers en ambtenaren. Over het algemeen zorgen kinderbijslagfondsen daarvoor, voornamelijk opgericht als vzw’s, met uitzondering van de Bijzondere Verrekenkas voor gezinsvergoedingen ten bate van de arbeiders der ondernemingen voor binnenscheepvaart en de Bijzondere Compensatiekas voor kindertoeslagen van de zeevaartgewesten die overheidsinstellingen zijn. Op deze meewerkende instellingen wordt toezicht gehouden door FAMIFED.

Voor de werkloosheidsuitkeringen wordt de beslissing tot toekenning van een uitkering op het niveau van de werkloosheidsbureaus van de RVA genomen. Het dossierbeheer en de uitbetaling worden evenwel verzekerd door de drie nationale vakbonden: de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB), het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) en de Algemene Belgische Vakvereniging (ABVV). Er bestaat eveneens een openbare werkloosheidskas: de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW). Op deze meewerkende instellingen wordt toezicht gehouden door de RVA.

Voor de jaarlijkse vakantie speelt de RJV de rol van uitbetalingsinstelling in bepaalde gevallen, maar over het algemeen betalen de bijzondere vakantiefondsen het vakantiegeld uit. Op deze meewerkende instellingen wordt toezicht gehouden door de RJV.

Voor de arbeidsongevallen moeten de werkgevers zich verzekeren bij een officieel erkende verzekeringsmaatschappij die zich effectief bezighoudt met de uitbetaling van schadevergoedingen in geval van ongevallen op de werkplaats. Het FAO houdt zich bezig met de betaling van deze schadevergoedingen wanneer de werkgever geen verzekering heeft gesloten of wanneer de verzekeraar in gebreke blijft. Op deze meewerkende instellingen wordt voornamelijk toezicht gehouden door de CBFA (Commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen) en door het FAO.

Voor de regeling voor zelfstandigen innen socialeverzekeringsfondsen voor zelfstandigen (vzw's opgericht door interprofessionele of beroepsorganisaties) de bijdragen van hun leden, verzekeren hun leden inzake pensioenen, kinderbijslag en tegen faillissement en bieden hen bijstand bij het beheer van hun rechten en plichten. Op deze fondsen wordt toezicht gehouden door het RSVZ en andere OISZ volgens de takken.