De informatie op deze pagina is in herwerking.

Als gevolg van de 6de staatshervorming is de Belgische kinderbijslag sinds 1 januari 2019 geregionaliseerd. Elke regio heeft zijn eigen regeling en kinderbijslagfonds. Een overzicht van de regelingen en links naar de websites van de verschillende fondsen vind je op de pagina Hervorming van de kinderbijslag op het portaal van de sociale zekerheid.

Kinderbijslag voor geplaatste kinderen

Wat is het?

Voor kinderen die geplaatst zijn in een gezin of in een instelling, geldt er een bijzondere kinderbijslagregeling.

Kinderen in een pleeggezin

Als het kind in een pleeggezin geplaatst is, doet de oudste van de pleegouders de aanvraag bij het kinderbijslagfonds van zijn of haar werkgever. De kinderbijslag wordt betaald aan de pleegmoeder. Het pleegkind wordt meegeteld met de eigen kinderen voor de berekening. De persoon bij wie het kind vóór de plaatsing woonde, krijgt een vast bedrag van 60,58 euro.

Als je eigen kind in een pleeggezin geplaatst is, heb je niet langer recht op gewaarborgde gezinsbijslag.

Kinderen in een instelling

Als het kind in een instelling geplaatst is, wordt de aanvraag voor kinderbijslag gedaan door in volgorde:

  • de vader;
  • de moeder;
  • de partner van de moeder, als de vader niet werkt of geen uitkering krijgt;
  • de partner van de moeder, als één van beide ouders het ouderlijke gezag heeft en de moeder 1/3 van de kinderbijslag krijgt;
  • een oom, tante of grootouder van het kind, of hun partner, als het kind voor de plaatsing in hun gezin woonde;
  • een broer of zus van het kind.

De kinderbijslag gaat voor 2/3 naar de instelling. 1/3 wordt betaald aan de persoon die het kind opvoedde voor de plaatsing. In bepaalde omstandigheden kan de jeugdrechter of overheid beslissen dat 1/3 op de spaarrekening van het kind komt.