Kinderbijslag voor niet meer leerplichtige kinderen met een handicap

Wat, voor wie en hoe?

De gewone kinderbijslag kan nog worden toegekend aan kinderen met een handicap of een aandoening die niet meer leerplichtig zijn.

Naast deze kinderbijslag hebben ze eventueel ook recht op:

  • een sociale toeslag naar gelang de situatie van het gezin, en
  • de verhoogde wezenbijslag.

Het gaat om kinderen met een handicap of een aandoening:

  • vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin ze 18 jaar worden,
  • tot en met de maand waarin ze 21 jaar worden (tot dan kunnen ze eventueel ook recht hebben op de bijkomende kinderbijslag).

Vanaf 21 jaar (ongeacht of er sprake is van een handicap of aandoening) tot 25 jaar kunnen kinderen de gewone kinderbijslag ontvangen als ze:

  • verbonden zijn door een leerovereenkomst,
  • onderwijs volgen,
  • stage lopen,
  • een eindverhandeling voorbereiden, of
  • ingeschreven zijn als jonge werkzoekende.

Het fonds dat instaat voor de uitbetaling van de kinderbijslag kent de maatregel toe. De Directie-Generaal Personen met een handicap levert het bewijs van de handicap of de aandoening voor niet meer leerplichtige kinderen tot en met de maand waarin ze 21 jaar worden.

Vanaf de leeftijd van 21 jaar tot de leeftijd van 25 jaar moet de Directie-Generaal geen bewijs meer leveren omdat het kinderbijslagfonds geen attest van handicap of aandoening nodig heeft voor het toekennen van de gewone kinderbijslag.

Vanaf de leeftijd van 21 jaar zijn de voorwaarden voor het verkrijgen van de gewone kinderbijslag dus identiek voor kinderen met of zonder een handicap.