Kinderbijslag en ziekte van een ouder

Wat en voor wie?

Als je als ouder langdurig ziek bent, kan je recht hebben op een sociale toeslag op de kinderbijslag. Concreet gaat het over de volgende gevallen:

  • een werkneemster in bevallingsrust,
  • een persoon met ziekte-uitkering,
  • een persoon met invaliditeitsuitkering
  • een persoon met uitkering voor beroepsziekte
  • een persoon die een vergoeding voor een arbeidsongeval ontvangt,
  • een persoon met een beperking met een beroep, en
  • een persoon met een beperking zonder beroep.

Vanaf de zevende maand met een dergelijke uitkering heb je recht op een bijkomende toeslag onder volgende voorwaarden:

  • Als de kinderen deel uitmaken van het gezin van de zieke of invalide en deze leeft alleen, mag het totale gezinsinkomen niet hoger liggen dan 2.309,58 euro bruto per maand.
  • Als de zieke of invalide samenwoont met een partner, mogen de inkomsten samen niet hoger liggen dan 2.385,65 euro bruto per maand.
  • Als de kinderen deel uitmaken van het gezin van een andere ouder dan de zieke of invalide, mag deze ouder geen gezin vormen en mag het inkomen niet hoger liggen dan 2.309,58 euro bruto per maand. Het inkomen van de zieke of invalide telt dan niet mee.

De wachttijd van 6 maanden geldt niet als je een invaliditeitsuitkering ontvangt of als je een persoon met een beperking bent zonder beroep.