Specifieke kinderbijslag

Elke ouder heeft in Belgiƫ recht op kinderbijslag. Voorwaarde is onder andere dat je het kind binnen je gezin werkelijk ten laste hebt. Een kind geeft tot 18 jaar onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag. Jongeren tussen 18 en 25 jaar komen enkel in aanmerking als ze:

  • studeren,
  • zich in de beroepsinschakelingstijd bevinden, of
  • ziek werden voordat ze zich als werkzoekende konden inschrijven.

Je hebt als pleegouder de mogelijkheid kinderbijslag voor je pleegkind te ontvangen. De ouder van wie het kind geplaatst is, verliest dan weer het recht op de gewaarborgde kinderbijslag. Verblijft het kind in een instelling? Dan krijgt de instelling 2/3e van de kinderbijslag. 1/3e gaat naar de verwant die kinderbijslag aanvraagt.

Doorgaans wordt de kinderbijslag aangevraagd via het kinderbijslagfonds van de werkgever of van uw socialezekerheidsfonds. De beroepssituatie van sommige ouders is echter complexer en vraagt om een afwijking.

Zo wordt kinderbijslag gegarandeerd voor onder andere:

  • langdurig werklozen,
  • onthaalouders die bij een erkende dienst voor kinderopvang aangesloten zijn,
  • gedetineerden,
  • grensarbeiders,
  • huispersoneel, en
  • gezinnen zonder inkomen die geen recht hebben op een andere vorm van gezinsbijslag.

Voldoe je niet aan bepaalde wettelijke voorwaarden om kinderbijslag te ontvangen? Dan kan je een individuele afwijking aanvragen.

Kwetsbare groepen in onze maatschappij genieten bovendien een toeslag bovenop de gewone kinderbijslag. Deze moet de specifieke noden van het kind of het lage gezinsinkomen opvangen. Het gaat om:

  • (brug-)gepensioneerde ouders,
  • kinderen met een handicap (tot 21 jaar),
  • kinderen van personen met een handicap,
  • langdurig zieke ouders,
  • eenoudergezinnen, en
  • langdurig werklozen.

Enkel bij (brug-)gepensioneerden wordt de toeslag automatisch toegekend. De andere groepen moeten een aanvraag bij een kinderbijslagfonds of FAMIFED indienen.