Vergoeding voor hulp van derden

Wat?

Als je na een arbeidsongeval hulp van iemand anders nodig hebt om dagelijkse handelingen uit te voeren (bijvoorbeeld om je te wassen, te eten of je te verplaatsen), kan de raadsgeneesheer beslissen om je een aanvullende vergoeding toe te kennen: de vergoeding voor hulp van derden.

Die vergoeding moet hulp van een derde financieren. Daarom ontvang je hem niet langer zodra je 91 opeenvolgende dagen gehospitaliseerd bent.

Hoe wordt de hulp van derden geschat?

De raadsgeneesheer baseert zich op een rooster met een aantal stellingen over 6 essentiële handelingen in het dagelijkse leven:

  1. je verplaatsen;
  2. voedsel nuttigen of bereiden;
  3. voor jouw persoonlijke hygiëne instaan en je kleden;
  4. jouw woning onderhouden en huishoudelijk werk verrichten;
  5. leven zonder toezicht, je bewust zijn van gevaren en gevaar kunnen vermijden;
  6. kunnen communiceren en sociaal contact hebben.

Hoe beperkter die mogelijkheden, hoe meer hulp van derden je nodig hebt en hoe hoger de vergoeding die je wordt toegekend.

Hoe wordt de vergoeding voor hulp van derden berekend?

Het maximale jaarlijkse bedrag van de vergoeding voor hulp van derden bedraagt 12 keer het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen. Dat wordt bepaald door de Nationale Arbeidsraad en wordt regelmatig geïndexeerd.

De vergoeding voor hulp van derden kan ook worden verminderd als je door een nieuwe prothese minder hulp van derden nodig hebt.

Van die vergoeding worden geen socialezekerheidsbijdragen en geen bedrijfsvoorheffing afgehouden.