Lonen

Vóór 1955 (vóór 1958 voor bedienden)

Voor de jaren vóór 1955 bestaat er geen informatie over de verdiende lonen. Het pensioen wordt daarom berekend op basis van bij de wet vastgestelde forfaitaire lonen.

Op de site van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) vindt u een overzicht van de forfaitaire lonen.

top

Na 1954

Voor de jaren na 1954 worden de verdiende lonen in aanmerking genomen.

Voor bedienden worden de lonen vanaf 1958 aangerekend tot een grensbedrag.

Voor de jaren vanaf 1981 geldt voor alle werknemers een begrenzing van het loon.

Op de site van de RVP vindt u een overzicht van de grensbedragen.

top

Het minimumloon

Voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste keer ten vroegste ingaan op 1.09.2007, is het bedrag van het minimumloon per loopbaanjaar 22.189,36 euro aan spilindex 136,09 die ingaat vanaf 01.12.2012.

Als voor een bepaald jaar het loon lager ligt dan dit minimumbedrag, wordt het pensioen op basis van dit minimumloon berekend.

Voor een jaar met deeltijdse tewerkstelling wordt die altijd gebracht tot het peil van volledige tewerkstelling door toepassing van de samendrukking. Een verklaring van dit begrip vindt u op de site van de RVP.

U moet hiervoor wel voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • gedurende ten minste 15 jaar werknemer zijn geweest. In het geval van een gemengde loopbaan wordt die voorwaarde na toepassing van alle cumulatieregels onderzocht.
  • uw tewerkstelling moet met ten minste één derde van een voltijdse werkregeling overeenstemmen (312 dagen : 3 = 104 dagen)
  • uw pensioen is kleiner dan 17.866,12 euro (indexcijfer 136,09 van 01.12.2012) per jaar voor een gezin of 14.292,89 euro (indexcijfer 136,09 van 01.12.2012) per jaar voor een alleenstaande. Deze bedragen worden vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk.
  • De toekenning van het minimumloon per loopbaanjaar mag niet tot gevolg hebben dat het toegekende pensioen hoger ligt dan beide hierboven vermelde bedragen (gezin of alleenstaande). Deze bedragen worden ook vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk.

top

De lonen voor de gelijkgestelde perioden (fictief loon)

Er wordt een fictief loon aangerekend dat voor de jaren vóór 1968 bij wet wordt opgelegd. Vanaf 1968 staat het in verhouding tot het werkelijke loon dat in het kalenderjaar voor de werkonderbreking werd verdiend:

  • als in dat jaar geen werkelijk loon werd verdiend, wordt het loon van het jaar van de werkonderbreking als basis genomen
  • als dat ontbreekt, wordt het loon na het jaar van de werkonderbreking genomen
  • als dat ook ontbreekt, wordt het fictieve loon van 1967 genomen

De onvrijwillige werkloze die de 50-jarige leeftijd bereikt heeft en die een activiteit als zelfstandige begint, kan bij stopzetting van die activiteit binnen de periode van 9 jaar, opnieuw van een gelijkstelling genieten indien hij uitkeringsgerechtigd werkloze wordt. Deze gelijkstelling wordt dan berekend op basis van het fictieve loon van het kalenderjaar waarin de eerste werkloosheidperiode is geëindigd. De voorwaarde hier is dat u gedurende 20 jaar gewoonlijk en hoofdzakelijk als werknemer tewerkgesteld was vóór het aanvatten van de zelfstandige activiteit.

top

Vervanging van het werkelijk verdiend loon door het forfaitaire of het fictieve loon

Bij verminderd verdienvermogen mag het werkelijk verdiende loon in bepaalde gevallen vervangen worden door het voordeliger forfaitaire of fictieve loon. Die mogelijkheid is onder meer voorzien voor:

  • het slachtoffer van een arbeidsongeval of een beroepsziekte als de blijvende ongeschiktheid ten minste 30 % bedraagt
  • de zieke of invalide werknemer die gaat werken met de toestemming van de adviserende geneesheer
  • de werknemer die werkloosheidsuitkering geniet en tevens een beroepsarbeid uitoefent die toegelaten is door de werkloosheidsreglementering
  • de werkloze werknemer die huishoudelijk werk aanneemt en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening daarvan op de hoogte brengt

top

Het loon voor het laatste jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de ingangsdatum van het pensioen

Dit loon is gelijk aan het loon van het voorlaatste jaar vermenigvuldigd met een coëfficiënt. Als de tewerkstelling tijdens het voorlaatste jaar echter niet gewoonlijk en hoofdzakelijk is, wordt voor het laatste jaar rekening gehouden met het werkelijke loon.

top

Begrenzing van het totale loon van een kalenderjaar

Het totaal van de werkelijke, forfaitaire en fictieve lonen van een loopbaanjaar na 1980 kan beperkt worden.

Meer informatie vindt u op de site van de RVP.

top

Aanpassing van de lonen aan de levensduurte (index) en het welvaartspeil

De werkelijke (eventueel begrensde), fictieve of forfaitaire lonen worden door middel van een herwaarderingscoëfficiënt aangepast aan de levensduurte en het welvaartspeil.

Voor de huidige cijfergegevens betreffende de hierboven vermelde coëfficiënten, grensbedragen, forfaitaire en fictieve lonen, kunt u terecht op de site van de RVP.

Als u rechten kunt laten gelden in een bijzondere regeling voor mijnwerkers, zeevarenden, beroepsjournalisten en leden van de burgerluchtvaart, raadpleeg dan de site van de RVP.

top